dinsdag 6 mei 2008

Sprookje

Er was eens een schrijver met een behoorlijk levendige fantasie.
Hij besloot een korte roman te schrijven over twee lotgenoten.
Het moest een klein sprookje worden voor op zijn blog.
Gewoon prima om weg te lezen.
Zo gezegd zo gedaan en hij beschreef twee vogeltjes in hun levenslied.
Een mannelijk roodborstje met twee linker vleugels, maar toch een minstreel.
Vrouwelijk was het paradijsvogeltje met kleurrijke veren, maar toch een saaie mus.

Vaak op een takje zat het roodborstje wat te tokkelen op zijn woordgitaar.
Hij had geen nest, zo kon hij de wereld rondreizen om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast hem zitten om te luisteren.
Enthousiast vertelde hij mooie woorden.
Overal waar hij kwam werd er graag geluisterd.
Hij hoefde er niets voor terug te hebben.
Een lach op het bekje van de luisteraar vond hij voldoende.

Vaak in de stad zat het paradijsvogeltje te pronken met haar veren.
Ze had geen baan, ze teerde op andermans geld om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast haar zitten om haar het hof te maken.
Enthousiast paradeerde ze rond met haar sexy kleuren.
Overal waar zij kwam keek men de ogen uit.
Ze had alleen aandacht nodig van rijke vogels.
Ieder mannelijk snaveltje met wat centen vond ze voldoende.

Van boven zijn verhaal keek de schrijver neer op de twee plaatjes die hij zojuist had omschreven.
Zijn pen legde hij neer en dacht even hardop na.
Het roodborstje sprak graag mooie woorden.
En het paradijsvogeltje luisterde naar aandacht.
Voor wie nu een clue vermoedt.
Het roodborstje en het paradijsvolgeltje hebben elkaar nooit ontmoet.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

Geen opmerkingen: