Het moet meer dan tien jaar geleden zijn dat ik hier lag. Ik draai mijn hoofd naar rechts en kijk naar buiten. Er staat een rode auto met sportvelgen geparkeerd. De laatste keer dat ik hier lig was ik hier naartoe gereisd met de scooter. Daarvoor was ik hier met de fiets gekomen. Nu kijk ik uit het raam naar mijn rode auto die ik heel behendig op de parkeerplaats heb gestald. De parkeerplaats was nieuw, maar die lamp in het plafond en de meest comfortabele stoel waar ik nu in gestrekt lag kwamen me bijzonder bekend voor. Ja, het moge duidelijk zijn, dat ik in deze stoel vaker heb gelegen. In deze bruine leren stoel waar ik nu lig gezeteld als laatste stoel in een rij ligstoelen.
Het was in die eerste stoel helemaal vooraan, dat ik besefte er iets mis was met mij. Wanneer ik in de spiegel keek, dan zag ik alleen mijn voortanden. Het zag er niet uit. Op de tv en in de bladen zag alleen maar dat stralende perfecte gebit. 'Een gezond gebit weerspiegelt je gezondheid.' Of was dat je huid? In ieder geval, een goeie smoel is gewoon belangrijk, laten we dat vooropstellen.
Wat ik jaren geleden achter had, gesteld was mijn gebit. Ik kreeg het niet gecompenseerd om het duimen te laten. Ik vond het heerlijk weg te dromen op mijn, want in de realiteit moest alles perfect zijn. Nee die perfectie viel maar tegen, dus ik prefereerde mijn dromentoevlucht door het zuigen op mijn vertrouwde linkerduim.
Nee, het mocht niet meer, het duimen. Stel je voor in de brugklas, even niet opgelet en je had zo die duim in je smoel. Want zo go ging dat, als je eventjes wegdroomde, dan zat ik heel debiel op mijn duim te sabbelen. Tenminste zo ervaarde ik mijn duim. Het kostte me veel moeite om niet te duimen, maar het moest van me zelf. Want ik wilde graag een leuk meisje verkering vragen, en daarnaast moest ik aan mijn imago werken als prettige gestoorde dude. Dus met een duim in je mond voldeed je niet aan het ideaalplaatje. De harde realiteit verbood het me. De tijd was daar om volwassen te worden.
Het was intensief werken om te voldoen aan het ideaalplaatje. Ik kon mijn bek niet houden, want ik moest vermijden dat ik bij een vlaagje onbewustzijn niet in dromenland geraakte. Met die grote bek zat ik al snel vooraan in de klas. De leraren konden mijn instelling niet uitstaan. Waarschijnlijk zagen ze mij toch liever duimen. En dat begrijp ik achteraf wel, ik hield alleen mijn mond wanneer er mijn duim in zat. Helaas voor de leraren was ik een alert mannetje.
Wat heb ik genoten van mijn duim, heerlijk even weg uit de realiteit en op avontuur in dromenland. Stiekem in mijn bed heb ik nog jarenlang weg gedroomd op mijn duim. Dag en nacht droomde ik weg, naar een wereld waar alles mogelijk was. Sabbelend op mijn duim was ik een nobele ridder voor die schone jonkvrouw in nood. Naast het draken verslaan verdiende ik geld door op mijn woordgitaar te tokkelen. En op het plein maakte ik iedereen aan het lachen met mijn grappenzwaard. Maar toen in die eerste stoel mocht er niet gegrapt worden. Duimen was een in die eerste stoel een serieuze zaak geworden.
Inmiddels ben ik alweer vijfentwintig. En ik lig op de laatste stoel. Ik lig aldaar, omdat het ijzeren draadje achter mijn onderste rij tanden al een tijdje weg. Het is dat ijzerdraadje wat nog achter je tanden blijft zitten nadat je een beugel hebt gehad. Door het missen van dat draadje zijn mijn snijtanden een beetje scheef gaan staan. Ze gaan steeds schever staan en zo vraag ik de orthodontist wat de opties zijn om er iets aan te doen. Hij kijkt me vriendelijk aan en verteld me dat het meevalt: 'Eventueel een nieuw ijzerdraadje achter mijn vijf snijtanden.' Ja ik heb vijf snijtanden. Een snijtand te veel. 'Een geval apart,' zei de sympathieke beugelboer.
Ik gooi mijn benen van de stoel en sta op. De orthodontist deinst wat naar achter en kijk me vragend aan. Voordat hij vraagt wat nu eigenlijk de bedoeling is, vertel ik hem dat hij weer een beugel mag zetten. Hij mag een beugel zetten, maar nadat ik klaar ben met mijn stage. Dan heb ik het geld om dat beugeltje te kopen. Met een handschudden bedank ik de beste man voor zijn tijd, daarna bedank ik het vrouwtje bij de balie, open de deur en loop naar buiten, richting de parkeerplaats.
Wanneer ik de parkeerplaats oploop, zie ik achter een rechthoekig raam een bruine leren stoel waar ik zojuist op had gelegen. Het lijkt alsof die bruine stoel wacht op mijn terugkomst. Ik kom vast nog ooit terug naar die stoel, maar eerst is mijn autostoel aan de beurt. Ik open de autodeur en stap in. De sleutel stop ik in het contact en draai hem naar rechts. Door het dot gas geven, gromt het pijltje van de toerenteller richting de vijf. In de achteruitkijkspiegel zie ik een extra snijtand, die wat scheefachtig staat.
Voordat ik wegrijd, voel ik me verplicht om nog iets te doen. En zo stop ik mijn linkerduim in mijn mond. Wat heb ik die duim gemist zeg. Alleen smaakt hij niet meer meer zo vertrouwd als vroeger. Toch is mijn duim het beste wat me ooit is overkomen. En heel stiekem in mijn dromen, red ik nog steeds mooie jonkvrouwen in nood, met of zonder beugel.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten