zondag 20 april 2008

Thee Met Amy

Mijn raam doe ik open om de dag binnen te laten
Een aangenaam lentebriesje van frisse lucht en vogelzang komt mijn kamer binnen.
Ik snuif met een diepe haal de verse zondagmorgen in.
Er staat een sierlijke boom voor het raam, met grote knoppen.
Nog eventjes en dan gaat ze zorgen voor een extra kleurtje in mijn zondagmorgen.
Dan doe ik mijn ogen dicht bij dat zoetroze geurtje van haar bloesem.
Zacht landt er een musje op een van de takken van de meisjesboom.
Het musje kijkt wat om zich heen en kijkt mij recht in de ogen aan.
Alsof ik zijn uitzicht verstoor lijkt hij geïrriteerd zijn tong uit te steken.
Klein is het sprongetje en kort is zijn vlucht naar een andere boom.
Met zo'n nieuwsgierig mens in de buurt kan de mus niet zijn liefdeslied fluiten.
Het vogeltje vliegt weer weg, en zo probeer ik de mijne te vervolgen.
Mijn verplichting met de buitenwereld zet ik aan.
Zo druk ik op ON.
Dit maal zet ik de computer aan om haar muziek.
Amy Winehouse begeleidt mij op de zondag.
Wanneer ik over mijn linkerschouder kijk aanschouw ik een teringbende.
Op dat moment klinkt een trompet uit de speakers en het raakt mijn drijfveer.
Die lege bierflessen in de krat, dat scheelt al een hoop.
Nu het slachtveld van bierdopjes en chips bij elkaar vegen.
En die peukbegraafplaats omkiepen in de feestafvalbak.
Impulsief glijd ik op mijn sokken over het parket naar de keuken, want zo vraagt de saxofoon.
De wasbak laat ik vollopen met het warme water van de kraan.
Wat citroenfris moet het zoete wijn en gerstenat van de glazen spoelen.
Een diversiteit aan glazen en mokken staat mij te wachten in de wasbak.
Het water is iets te heet en heel klungelig krijgt het eerste glas een poetsbeurt.
Er staat een gebruikt pannetje op het fornuis met daarop wat verloren glazen en bestek .
Smerig en vergeten moet dat bergje afwas er al een dagje staan.
Gewassen gaat het zielige bergje vaatwas mee met mijn schone bende de kast in.
Even vraag ik me af of een ander dat ook voor mijn bende zal doen.
Nee natuurlijk niet, en ik snap het op zondag.
Wanneer ik een wijnglas droog hoor ik Amy Winehouse met haar boodschap.
'When will we get.. the time to be.. just friends.' 'Just friends.'
Ik denk dat iedereen wel een ex heeft die je maar moeilijk los kunt laten.
'I wanne touch you, but it just hurts.'
Het komt allemaal goed hoor, zo klinkt het orgeltje aan het eind van het nummer.
De oven zet ik aan voor een lekker ontbijt.
Gisteren had ik eiersalade gemaakt.
Het is een lekker schaaltje van ruimvoldoende geworden, want iedereen mag wat mijn kunsten proeven.
Eigenlijk zou ik koffie horen pruttelen, maar ik ruik nog niets.
Behendig mik ik wat schepjes gemalen koffieboon in het filter en giet voldoende water achterin het apparaat.
Wanneer het rode lampje gaat branden weet ik dat er zo koffie is.
Misschien heb ik zo wel zin in thee, misschien later op de dag.
Later op de dag wordt het honingthee terwijl ik wat ga schrijven.
Ik droog een Ajax-mok af, er had koffie in gezeten.
Wie wordt vandaag de nieuwe voetbalkampioen van Nederland?
Ajax heeft al de mok, dan krijgt PSV vast de schaal. Eerlijk is eerlijk.
De vaatwas is klaar, en ik krijg een beloning van de saxofoon.
Op de vraag van zijn toon glijd ik op mijn sokken weer terug mijn verlichte kamer in.
Het licht van de zon lijkt mij door het raam naar buiten te trekken.
Vanmiddag laat ik buiten mijn gezicht kussen door het lentezonnetje.
Daarna ga ik op mijn kamer honingthee drinken met Amy.

woensdag 9 april 2008

Liessel Tussen Duim En Wijsvinger

Zondag keek ik uit het keukenraam en zag de bosrand van Liessel.
Het is een plaatje dat ik al jaren ken.
Impulsief besloot ik naar het bos te lopen en het plaatje eens te ondervinden.
Het klinkt wat raar, maar ik had gewoon zin in een wandeling.
Even lekker onthaasten, en mijn nieuwsgierigheid zocht naar antwoorden.
Twee, drie akkers moest ik over om tot aan een zandpad te komen.
Het is een waterig zandpad met daarnaast een sloot.
In die sloot hebben we vaak gesprongen.
We probeerden eroverheen te springen, wat wel fout moest gaan.
Het leek alsof de sloot nu minder diep was.
De afstand naar de bossen was ook korter.
Misschien maakte onze fantasie destijds de akkers drassig en ver, en de sloot iets te diep.
Op het zandpad keek ik nog even om naar de afstand die ik had afgelegd.
Ik zag het kleinste dorpje wat ik ooit had gezien.
Met mijn duim en wijsvinger kon ik Liessel even vastpakken.
Ons huis links, daarnaast de kerk en rechts het voetbalveld.
Ik ben niet geboren in ons huis op de Vossenweg, maar ik woon er wel zo’n 20 jaar.
Samen met mijn broertjes hebben we achter op ons speelveldje wat afgevoetbald.
Zelf geloof ik het amper, maar ik ben tot mijn 15e nog misdienaar geweest in die kerk in het midden. In die tijd bidde ik nog regelmatig tot god.
Mijn vriendjes leerde ik kennen op dat voetbalveld rechts. Die jongens zie ik nog steeds.
Er kwam een blaadje voorbij waaien wat mij herinnerde om naar het bos te wandelen.
Ik besloot het zandpad weer te vervolgen.
Een variatie aan bomen grenzen aan het pad.
Ze kwamen mij enorm bekend voor. Toch kon ik het niet plaatsen.
Aan de linkerkant hoorde ik wat schapen blaten.
De lammetjes keken geïnteresseerd naar hun voorbijganger.
Al vragend kwamen naar hek van de wei gehuppeld.
Ik gaf ze een lach en een groet. Die wollige beestjes kunnen wel zonder mij, dacht ik.
Met een scheef koppie bleven ze mij aankijken. Ze begrepen mij niet helemaal.
Toch vond ik mijn groet voldoende. Mijn goede bedoelingen maakten de boodschap overbodig, zodat ik weer door kon lopen richting het bos.
Even bleef ik stil staan wanneer een lichtstraal spontaan mijn gezicht verwarmde.
Alsof een engeltje vanuit de hemel mijn wang kuste.
Mijn ogen vielen dicht en ik ademde liefde in.
Als de zon een meisje was, dan had ik haar verkering gevraagd.
Maar goed ik ben geen egoïst, dus de zon mag iedereen liefde geven.
Toen ik net de bossen was ingelopen, zag ik een leuk klein pad.
Het is bezaaid met dennennaalden, temidden van een berm van groen mos.
Ik besloot spontaan het kleine padje in te lopen.
Naaldbomen, volgens mij was ik daar vroeger allergisch voor.
Net als zo veel dingen waar ik niet tegen kan.
Je leert er mee leven, en ag het valt best mee.
Een mooie boom naast het pad hield mijn concentratie even vast.
Ik vroeg me niet af waarom, maar ik liep er naar toe.
Aangekomen bij de dennenboom, deed ik mijn rechterhandschoen af, legde mijn hand op de schors en keek naar boven.
De krommingen in zijn groei laten zijn levensloop zien.
De andere handschoen deed ik af en ik ging op het zachte mosgrond tegen de boom aan zitten.
Ik keek naar mijn handen. Ze zijn groot en zacht.
Brave studentenhanden, met een beetje eelt van het fitnissen.
Na mijn eerste vriendinnetje begon ik met fitnissen om mijn zelfvertrouwen weer op te krikken.
Best hypocriet eigenlijk, want het geeft een vertekend beeld van mij.
Even vond ik het allemaal gezegend, zo sloot ik mijn ogen en luisterde naar de omgeving.
De wind blies in mijn oor, de vogeltjes floten hun lied.
Bladeren en takken ritselden met de wind mee.
Het vergde wat moeite maar het lukte me om niet te luisteren naar mijn denken.
Even was niets belangrijk. Totdat ik een jong gezin hoorde fietsen.
Ze mochten me hier niet zien, dus ik stond op en liep weer aan.
Ietwat gehaast trok ik mijn warme handschoenen over mijn blote handen aan.
Met mijn stoere stappers liet ik voetsporen achter in het dennennaalden bezaaide zandpad.
Tussen de bomen door zag ik een warme uitnodiging van licht.
Op een open plek in het bos liet ik mijn gezicht kussen.
Aldaar op die open plek besloot ik vaker een wandeling te maken door het bos in Liessel.
Misschien dat er ooit een leuk zonnetje met mij mee wandelt.
Niet zozeer dat ik dan haar verkering zou vragen.
Maar ik zou zo graag Liessel laten zien.
Tussen mijn duim en wijsvinger.