Liefde en lust heb ik onder controle
Niet verliefd, niet op hete kolen
Een meisje doe ik niet snel verdriet
Ik hou ze op afstand, zo gaat mijn levenslied
Op stap tot in de late uren, als vrijgezel de sterren geteld
Tijdloos naar de nachthemel turen, in dromen meisjes mooie verhalen verteld
Als het te serieus wordt, bedank ik hartelijk en ben ik er van tussen
Moet ik haar meisjesgeurtje missen op mijn kussen
Mooie herinneringen zal ik nooit wissen
De tederheid van een meisjeshand door mijn haren moeten missen
Een ontbijtje heb ik altijd klaar voor meisjesbezoek
Dat komt niet zo heel vaak voor, misschien omdat ik niet zoek
Misschien is mijn jongeheer slet en snolbestendig?
Want ik heb hem zo getemd, heel behendig
Altijd kan ik op de mijne vertrouwen
Maar tis wel een beetje eenzaam zonder lieve vrouwen
Ja best handig die controle
Ondertussen achter mijn verschijning, een verlangen verscholen
Ik wacht op een lief meisje, op een zwoele kus
Achter mijn muurtje zit een hopeloze romanticus
donderdag 26 juni 2008
woensdag 25 juni 2008
Raketje
Waarom kijkt iedereen zo bezorgd?
Hun wenkbrouwen gefronst want ze zijn ergens in hun gedachten.
De muziek in hun oortje lijkt niet goed genoeg.
Met hun gsm in de hand kunnen ze ieder moment gebeld worden.
Gehaast galopperen ze door de stad.
Ik zie ze steeds meer, mensen met oogkleppen.
Ze gaan als een speer door het leven.
Aan tijd is een tekort.
Niet eens tijd voor een glimlach.
Van zo'n haast word je gewoon moe.
Dan heb je geen zin om 's morgens op te staan.
Is tijd een vloek.
Ik zit op het station in Nijmegen in zo'n kiosk hokje.
Nog een kwartiertje moet ik wachten op de trein naar Eindhoven.
Ik geniet van een ijsje.
Vijfenzeventig cent voor een verfrissend rood, oranje, geel.
Een lach ontglipt me even, want ik vind het schitterend
dat ik vrolijk word van een raketje.
Het kost bijna niets, dat gevoel van tevredenheid.
Een glimlacht ontglipt me terwijl ik mijn ijsje bewonder.
Ik kijk toch even om me heen, want ik was even alleen met mijn ijsje.
En het zou zo maar eens kunnen, dat ik weer eens voor lul stond.
Gelukkig zitten er alleen wat mensen voor zich uit te staren.
Met mp3 in het oor, een gsm klaar voor gebruik.
Ontevreden mensen zitten in het kioskhokje op het station in Nijmegen.
In gedachten bezig met datgene wat ze willen bereiken.
Datgene wat ze missen in hun leven.
Geen gesprek met hun medereizigers.
Waarom zouden ze, want niemand kan ze helpen.
Zelfs geen muziekje of een leuk telefoongesprek.
Dan opeens begint er een jonge vrouw te praten.
Gevoelloos, tegen haar telefoon in de hand.
Zo debiel is het, handsfree bellen terwijl je wacht.
Ze had tijdens haar wachten gewoon een ijsje kunnen kopen.
Dan had ze een momentje van tevredenheid terwijl ze wachtte.
Zo kon ze ook genieten van haar muziekje of gesprek.
Even check ik mijn telefoon.
Hij staat uit.
Want ik moet dit even kwijt.
Gepassioneerd ben ik aan het schrijven in mijn nieuwe kladblokje.
Vers papier, eergisteren gekocht in Amsterdam.
Ondertussen rommelt er een trein aan op het station.
Het is de trein naar Eindhoven.
Ik geef nog een lekkere lik aan mijn ijsje.
Het momentje van plezier is bijna op, en zo ook bijna dit verhaaltje.
Tevreden beslis ik morgen op tijd op te staan.
In de middag ga ik heerlijk door de stad slenteren.
Met een goedkoop raketje en een gratis lach op mijn snoet.
Hun wenkbrouwen gefronst want ze zijn ergens in hun gedachten.
De muziek in hun oortje lijkt niet goed genoeg.
Met hun gsm in de hand kunnen ze ieder moment gebeld worden.
Gehaast galopperen ze door de stad.
Ik zie ze steeds meer, mensen met oogkleppen.
Ze gaan als een speer door het leven.
Aan tijd is een tekort.
Niet eens tijd voor een glimlach.
Van zo'n haast word je gewoon moe.
Dan heb je geen zin om 's morgens op te staan.
Is tijd een vloek.
Ik zit op het station in Nijmegen in zo'n kiosk hokje.
Nog een kwartiertje moet ik wachten op de trein naar Eindhoven.
Ik geniet van een ijsje.
Vijfenzeventig cent voor een verfrissend rood, oranje, geel.
Een lach ontglipt me even, want ik vind het schitterend
dat ik vrolijk word van een raketje.
Het kost bijna niets, dat gevoel van tevredenheid.
Een glimlacht ontglipt me terwijl ik mijn ijsje bewonder.
Ik kijk toch even om me heen, want ik was even alleen met mijn ijsje.
En het zou zo maar eens kunnen, dat ik weer eens voor lul stond.
Gelukkig zitten er alleen wat mensen voor zich uit te staren.
Met mp3 in het oor, een gsm klaar voor gebruik.
Ontevreden mensen zitten in het kioskhokje op het station in Nijmegen.
In gedachten bezig met datgene wat ze willen bereiken.
Datgene wat ze missen in hun leven.
Geen gesprek met hun medereizigers.
Waarom zouden ze, want niemand kan ze helpen.
Zelfs geen muziekje of een leuk telefoongesprek.
Dan opeens begint er een jonge vrouw te praten.
Gevoelloos, tegen haar telefoon in de hand.
Zo debiel is het, handsfree bellen terwijl je wacht.
Ze had tijdens haar wachten gewoon een ijsje kunnen kopen.
Dan had ze een momentje van tevredenheid terwijl ze wachtte.
Zo kon ze ook genieten van haar muziekje of gesprek.
Even check ik mijn telefoon.
Hij staat uit.
Want ik moet dit even kwijt.
Gepassioneerd ben ik aan het schrijven in mijn nieuwe kladblokje.
Vers papier, eergisteren gekocht in Amsterdam.
Ondertussen rommelt er een trein aan op het station.
Het is de trein naar Eindhoven.
Ik geef nog een lekkere lik aan mijn ijsje.
Het momentje van plezier is bijna op, en zo ook bijna dit verhaaltje.
Tevreden beslis ik morgen op tijd op te staan.
In de middag ga ik heerlijk door de stad slenteren.
Met een goedkoop raketje en een gratis lach op mijn snoet.
dinsdag 3 juni 2008
Het Rooie Fietske
‘Ron, zij hid het rooie fietske nooit gehad.’
Dat zei mijn vader laatst.
Je stapfiets, je stoute fiets.
Die moet je gehad hebben om gelukkig te zijn.
Dan heb je de dingen gedaan die je altijd had willen doen.
Vind je rust in de kleine dingen in het leven.
De streling van de wind over het koren.
Het liefdeslied van vroege vogeltjes.
Bloemetjes en honing, ze ruiken zoet.
Trouwen klinkt niet meer zo romantisch als eerst.
Zoals het huwelijk in de Gouden Kooi.
Geld is een romantiekdoder.
Een middel die het doel verheerlijkt.
Een huwelijk maakt het financieel aantrekkelijker, een oplossing van twijfel en onzekerheid.
Alleen in een sprookjeshuwelijk leefden ze nog lang en gelukkig.
Het witte paard van de prins blijft op stal.
Nobele ridders vervelen zich suf.
Geen glazen muiltje op de trap.
Het rooie fietske is geen sprookje.
Een levenswaarheid.
De boodschap is rood.
Vraag het aan jezelf.
Luister naar die ene vraag.
Heb ik het rooie fietske al gehad?
Als je het niet weet, pak dan het rooie fietske en ga een stukkie om.
Antwoorden komen vanzelf wanneer je het fietsen moe bent.
Dan pas vraag je om de hand van een mooie bloem, of een zachte honing.
Dat zei mijn vader laatst.
Je stapfiets, je stoute fiets.
Die moet je gehad hebben om gelukkig te zijn.
Dan heb je de dingen gedaan die je altijd had willen doen.
Vind je rust in de kleine dingen in het leven.
De streling van de wind over het koren.
Het liefdeslied van vroege vogeltjes.
Bloemetjes en honing, ze ruiken zoet.
Trouwen klinkt niet meer zo romantisch als eerst.
Zoals het huwelijk in de Gouden Kooi.
Geld is een romantiekdoder.
Een middel die het doel verheerlijkt.
Een huwelijk maakt het financieel aantrekkelijker, een oplossing van twijfel en onzekerheid.
Alleen in een sprookjeshuwelijk leefden ze nog lang en gelukkig.
Het witte paard van de prins blijft op stal.
Nobele ridders vervelen zich suf.
Geen glazen muiltje op de trap.
Het rooie fietske is geen sprookje.
Een levenswaarheid.
De boodschap is rood.
Vraag het aan jezelf.
Luister naar die ene vraag.
Heb ik het rooie fietske al gehad?
Als je het niet weet, pak dan het rooie fietske en ga een stukkie om.
Antwoorden komen vanzelf wanneer je het fietsen moe bent.
Dan pas vraag je om de hand van een mooie bloem, of een zachte honing.
Abonneren op:
Posts (Atom)