Gistermiddag zag ik mijn fietsslot aan mijn fietswiel hangen.
De rest van de fiets was gestolen.
Hopelijk heeft de dief net zo veel plezier met de fiets gehad als ik.
In een moment van haastige spoed had ik mijn slot alleen aan mijn wiel gehangen.
Mijn trouwe slot doet het altijd.
Toch had ik iets beter op mijn fiets moeten passen.
En ook de tijd, daar moest ik beter rekening mee houden.
Bijvoorbeeld: Vanmorgen zocht ik mijn paraplu maar ik kon hem niet vinden.
Ik wist vrijwel zeker dat het ging regenen maar het was TE warm voor een jas.
Ik accepteerde mijn slordigheid en besloot in een blauwe blouse naar buiten te gaan.
Eenmaal zittend in de bus las ik mijn gele boek over boedhisme.
Laatst had ik mijn boek uitgeleend aan een leuk meisje van de studiereis door China.
Ze was geinteresseerd, en ik wilde haar helpen.
Ineens begint er een klein Turks meisje aan mijn boek te trekken.
Haar groene oogjes glunderen terwijl ze enthousiast lacht.
Het is een klein peutertje aan de hand van haar moeder.
Ik vertel het kleine meisje dat ze mijn boek mag lenen zodra ze kan lezen.
Uit blijk van bewondering voor haar enthousiasme lachte ik het mensje vriendelijk toe.
Verlegen hield ze de palm van haar handje gebogen voor haar oogjes, terwijl haar moeder haar mee trok naar een plaatsje achterin de bus.
Het peuterlachje maakte plaats voor het gegrom van de bus, wanneer deze weer vaart maakte.
Aangekomen op school liep ik naar het lokaal van de inzage.
Op een geel briefje op de deur van het lokaal stond wat blauw gekrabbel.
Inzage marketing, zoals ik het las op het webboard van de Fontys.
Waarom kwam ik dan het zesde uur op school?
Ik ging op zoek naar de marketingdocent en kwam aan bij de docentenkamer.
De docenten lachten om mijn verklaring en ik lachte wat mee om mijn onnozelheid.
In de kantine besloot ik geduldig te wachten.
Gelukkig had ik mijn gele boek meegenomen.
Op het raam hoorde ik het gekletter van een enorme stortbui.
Het water gutste als een waterval naar beneden.
Ik besefte dat ik geen paraplu bij had en dat dit weleens een gruwelijke baaldag kon worden.
Toen ik het hoofdstuk over karma las in mijn gele boek, zocht ik een pc in het studielandschap om dit verhaaltje te typen.
Mijn tentamen, mijn fiets, mijn paraplu.
Het leek erop of dat ik ervoor onbewust had gekozen een baaldag te hebben.
Tijdens het geratel op mijn toetsenbord, kwam er een docent naar mijn toe in het studielandschap.
'Jij bent op andere vlakken weer bijzonder goed.' Vertelde hij.
'Geloof in jezelf', zo klonk zijn schouderklop.
Toen de goedgemutste docent wegliep, kwam de marketingdocent aangelopen.
Ik sloeg mijn karmaverhaal snel op en hield de marketingman aan om te vertellen dat ik me vergist had.
De vorige inzage kon ik er ook niet zijn vanwege het overlijden van mijn opa.
De man in de gang keek over zijn bril, zuchtte een keer en meldde dat hij wel een paar minuten vrij kon maken.
Zijn advies was heel verhelderend en mijn twee uur wachten was zeker de moeite waard geweest.
Toen ik de marketingdocent vriendelijk had bedankt, liep ik naar mijn pc.
Aldaar vond ik een achtergelaten paraplu onder de tafel.
Hopelijk is de vorige eigenaar net ze zo blij met de paraplu als ik nu ben.
Zometeen geniet ik van het weer danzij mijn nieuwe paraplu, glimlach ik nog een keer om dat turkse peutertje in de bus en ga ik dat meisje van de studiereis nog eens bellen.
dinsdag 8 juli 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)