Ik kijk naar buiten, naar de koude werkelijkheid.
Ik kijk naar binnen, naar de warme wenselijkheid.
Tegen de regen fietsen en vloeken in het openbaar.
Veel te laat aanwezig zijn, met verzopen gezicht en plakkend haar.
Het is herfst en de tweestrijd begint.
Is het de realiteit of is het mijn bed die mij goed is gezind.