De scholen gaan weer beginnen, dus dat wordt weer een dure maand. Nieuwe boekentas, pennen, gummen, passer, schoolagenda, etc. Als zorgzame ouder ga je het lijstje af en je ziet het winkelwagentje steeds voller worden. Je wil je kind goed voorbereid naar school laten gaan, dus zo’n eenmalige uitgave is het zeker waard.
Tijdens het winkelen zie je dat je kind enthousiast het winkelkarretje vol gooit. Aan haar enthousiasme merk je dat ze zelfs een beetje zenuwachtig is, misschien is het gezonde spanning. Je hoeft het niet te vragen, want ze zal nooit toegeven dat ze zenuwachtig is. Ouders snappen toch niet wat er in hun omgaat. Nee het meisje heeft andere dingen aan haar hoofd. Vragen angstvallig onbeantwoord zoals: word ik geaccepteerd door de klas, zal ik een leuke jongen tegenkomen? En zouden mijn puistjes voor die tijd weg zijn? Best wel spannend dus voor de kleine meid.
Na de eerste schooldag komt je dochtertje huilend thuis. Dat had je niet verwacht, een kind hoort niet huilend thuis te komen. Je vraagt je als ouder af, wat voor iets vreselijks er op school is gebeurd. Wat blijkt nu, er is een tube lijm gaan lekken. Een passer in haar etui heeft de lijmtube geprikt en zo is haar boekentas en de inhoud geruïneerd. Dat gaat weer een hoop duiten kosten. Kosten die je niet had verwacht.
Lijm stond op het lijstje, ook al wist je niet precies waarom. Je staat vaak niet stil bij het ongemak van lijm op school. Stel je voor dat je kind haar vingertjes aan elkaar heeft gelijmd, omdat die jongen even keek. Je weet nooit wat er in hun hoofdjes omgaat. Het ergste van het verhaal is dat je dochtertje voor paal liep op haar eerste schooldag en dat er een hele leuke jongen haar uit lachte. Het kleine meisje kon wel door de grond zakken.
Je probeert als moeder/vader zijnde je kind te helpen een mooie schoolperiode tegemoet te gaan en daarvoor tast je flink in de buidel. De verwachting is een eenmalige uitgave. Nu moet je weer naar de winkel voor een nieuwe schoolspullen voor je kind. Maar het allerergste is je huilende kindje op haar eerste schooldag. Nu maar hopen dat een knuffel en een nieuwe belofte dat alles gaat komen, haar traantjes mogen vergeten.
Lijm is vaak knoeien met de gevolgen van dien. Het beeld van je dochtertje in tranen na haar eerste schooldag staat nog steeds op je netvlies gebrand. Er is een manier om dit te voorkomen, door te plakken met de Pritt plakstift. Het is plakken in een handomdraai en zonder te knoeien. En dat is nou net het verschil tussen lijm en Pritt.
woensdag 1 oktober 2008
dinsdag 9 september 2008
Mijn Duim
Het moet meer dan tien jaar geleden zijn dat ik hier lag. Ik draai mijn hoofd naar rechts en kijk naar buiten. Er staat een rode auto met sportvelgen geparkeerd. De laatste keer dat ik hier lig was ik hier naartoe gereisd met de scooter. Daarvoor was ik hier met de fiets gekomen. Nu kijk ik uit het raam naar mijn rode auto die ik heel behendig op de parkeerplaats heb gestald. De parkeerplaats was nieuw, maar die lamp in het plafond en de meest comfortabele stoel waar ik nu in gestrekt lag kwamen me bijzonder bekend voor. Ja, het moge duidelijk zijn, dat ik in deze stoel vaker heb gelegen. In deze bruine leren stoel waar ik nu lig gezeteld als laatste stoel in een rij ligstoelen.
Het was in die eerste stoel helemaal vooraan, dat ik besefte er iets mis was met mij. Wanneer ik in de spiegel keek, dan zag ik alleen mijn voortanden. Het zag er niet uit. Op de tv en in de bladen zag alleen maar dat stralende perfecte gebit. 'Een gezond gebit weerspiegelt je gezondheid.' Of was dat je huid? In ieder geval, een goeie smoel is gewoon belangrijk, laten we dat vooropstellen.
Wat ik jaren geleden achter had, gesteld was mijn gebit. Ik kreeg het niet gecompenseerd om het duimen te laten. Ik vond het heerlijk weg te dromen op mijn, want in de realiteit moest alles perfect zijn. Nee die perfectie viel maar tegen, dus ik prefereerde mijn dromentoevlucht door het zuigen op mijn vertrouwde linkerduim.
Nee, het mocht niet meer, het duimen. Stel je voor in de brugklas, even niet opgelet en je had zo die duim in je smoel. Want zo go ging dat, als je eventjes wegdroomde, dan zat ik heel debiel op mijn duim te sabbelen. Tenminste zo ervaarde ik mijn duim. Het kostte me veel moeite om niet te duimen, maar het moest van me zelf. Want ik wilde graag een leuk meisje verkering vragen, en daarnaast moest ik aan mijn imago werken als prettige gestoorde dude. Dus met een duim in je mond voldeed je niet aan het ideaalplaatje. De harde realiteit verbood het me. De tijd was daar om volwassen te worden.
Het was intensief werken om te voldoen aan het ideaalplaatje. Ik kon mijn bek niet houden, want ik moest vermijden dat ik bij een vlaagje onbewustzijn niet in dromenland geraakte. Met die grote bek zat ik al snel vooraan in de klas. De leraren konden mijn instelling niet uitstaan. Waarschijnlijk zagen ze mij toch liever duimen. En dat begrijp ik achteraf wel, ik hield alleen mijn mond wanneer er mijn duim in zat. Helaas voor de leraren was ik een alert mannetje.
Wat heb ik genoten van mijn duim, heerlijk even weg uit de realiteit en op avontuur in dromenland. Stiekem in mijn bed heb ik nog jarenlang weg gedroomd op mijn duim. Dag en nacht droomde ik weg, naar een wereld waar alles mogelijk was. Sabbelend op mijn duim was ik een nobele ridder voor die schone jonkvrouw in nood. Naast het draken verslaan verdiende ik geld door op mijn woordgitaar te tokkelen. En op het plein maakte ik iedereen aan het lachen met mijn grappenzwaard. Maar toen in die eerste stoel mocht er niet gegrapt worden. Duimen was een in die eerste stoel een serieuze zaak geworden.
Inmiddels ben ik alweer vijfentwintig. En ik lig op de laatste stoel. Ik lig aldaar, omdat het ijzeren draadje achter mijn onderste rij tanden al een tijdje weg. Het is dat ijzerdraadje wat nog achter je tanden blijft zitten nadat je een beugel hebt gehad. Door het missen van dat draadje zijn mijn snijtanden een beetje scheef gaan staan. Ze gaan steeds schever staan en zo vraag ik de orthodontist wat de opties zijn om er iets aan te doen. Hij kijkt me vriendelijk aan en verteld me dat het meevalt: 'Eventueel een nieuw ijzerdraadje achter mijn vijf snijtanden.' Ja ik heb vijf snijtanden. Een snijtand te veel. 'Een geval apart,' zei de sympathieke beugelboer.
Ik gooi mijn benen van de stoel en sta op. De orthodontist deinst wat naar achter en kijk me vragend aan. Voordat hij vraagt wat nu eigenlijk de bedoeling is, vertel ik hem dat hij weer een beugel mag zetten. Hij mag een beugel zetten, maar nadat ik klaar ben met mijn stage. Dan heb ik het geld om dat beugeltje te kopen. Met een handschudden bedank ik de beste man voor zijn tijd, daarna bedank ik het vrouwtje bij de balie, open de deur en loop naar buiten, richting de parkeerplaats.
Wanneer ik de parkeerplaats oploop, zie ik achter een rechthoekig raam een bruine leren stoel waar ik zojuist op had gelegen. Het lijkt alsof die bruine stoel wacht op mijn terugkomst. Ik kom vast nog ooit terug naar die stoel, maar eerst is mijn autostoel aan de beurt. Ik open de autodeur en stap in. De sleutel stop ik in het contact en draai hem naar rechts. Door het dot gas geven, gromt het pijltje van de toerenteller richting de vijf. In de achteruitkijkspiegel zie ik een extra snijtand, die wat scheefachtig staat.
Voordat ik wegrijd, voel ik me verplicht om nog iets te doen. En zo stop ik mijn linkerduim in mijn mond. Wat heb ik die duim gemist zeg. Alleen smaakt hij niet meer meer zo vertrouwd als vroeger. Toch is mijn duim het beste wat me ooit is overkomen. En heel stiekem in mijn dromen, red ik nog steeds mooie jonkvrouwen in nood, met of zonder beugel.
Het was in die eerste stoel helemaal vooraan, dat ik besefte er iets mis was met mij. Wanneer ik in de spiegel keek, dan zag ik alleen mijn voortanden. Het zag er niet uit. Op de tv en in de bladen zag alleen maar dat stralende perfecte gebit. 'Een gezond gebit weerspiegelt je gezondheid.' Of was dat je huid? In ieder geval, een goeie smoel is gewoon belangrijk, laten we dat vooropstellen.
Wat ik jaren geleden achter had, gesteld was mijn gebit. Ik kreeg het niet gecompenseerd om het duimen te laten. Ik vond het heerlijk weg te dromen op mijn, want in de realiteit moest alles perfect zijn. Nee die perfectie viel maar tegen, dus ik prefereerde mijn dromentoevlucht door het zuigen op mijn vertrouwde linkerduim.
Nee, het mocht niet meer, het duimen. Stel je voor in de brugklas, even niet opgelet en je had zo die duim in je smoel. Want zo go ging dat, als je eventjes wegdroomde, dan zat ik heel debiel op mijn duim te sabbelen. Tenminste zo ervaarde ik mijn duim. Het kostte me veel moeite om niet te duimen, maar het moest van me zelf. Want ik wilde graag een leuk meisje verkering vragen, en daarnaast moest ik aan mijn imago werken als prettige gestoorde dude. Dus met een duim in je mond voldeed je niet aan het ideaalplaatje. De harde realiteit verbood het me. De tijd was daar om volwassen te worden.
Het was intensief werken om te voldoen aan het ideaalplaatje. Ik kon mijn bek niet houden, want ik moest vermijden dat ik bij een vlaagje onbewustzijn niet in dromenland geraakte. Met die grote bek zat ik al snel vooraan in de klas. De leraren konden mijn instelling niet uitstaan. Waarschijnlijk zagen ze mij toch liever duimen. En dat begrijp ik achteraf wel, ik hield alleen mijn mond wanneer er mijn duim in zat. Helaas voor de leraren was ik een alert mannetje.
Wat heb ik genoten van mijn duim, heerlijk even weg uit de realiteit en op avontuur in dromenland. Stiekem in mijn bed heb ik nog jarenlang weg gedroomd op mijn duim. Dag en nacht droomde ik weg, naar een wereld waar alles mogelijk was. Sabbelend op mijn duim was ik een nobele ridder voor die schone jonkvrouw in nood. Naast het draken verslaan verdiende ik geld door op mijn woordgitaar te tokkelen. En op het plein maakte ik iedereen aan het lachen met mijn grappenzwaard. Maar toen in die eerste stoel mocht er niet gegrapt worden. Duimen was een in die eerste stoel een serieuze zaak geworden.
Inmiddels ben ik alweer vijfentwintig. En ik lig op de laatste stoel. Ik lig aldaar, omdat het ijzeren draadje achter mijn onderste rij tanden al een tijdje weg. Het is dat ijzerdraadje wat nog achter je tanden blijft zitten nadat je een beugel hebt gehad. Door het missen van dat draadje zijn mijn snijtanden een beetje scheef gaan staan. Ze gaan steeds schever staan en zo vraag ik de orthodontist wat de opties zijn om er iets aan te doen. Hij kijkt me vriendelijk aan en verteld me dat het meevalt: 'Eventueel een nieuw ijzerdraadje achter mijn vijf snijtanden.' Ja ik heb vijf snijtanden. Een snijtand te veel. 'Een geval apart,' zei de sympathieke beugelboer.
Ik gooi mijn benen van de stoel en sta op. De orthodontist deinst wat naar achter en kijk me vragend aan. Voordat hij vraagt wat nu eigenlijk de bedoeling is, vertel ik hem dat hij weer een beugel mag zetten. Hij mag een beugel zetten, maar nadat ik klaar ben met mijn stage. Dan heb ik het geld om dat beugeltje te kopen. Met een handschudden bedank ik de beste man voor zijn tijd, daarna bedank ik het vrouwtje bij de balie, open de deur en loop naar buiten, richting de parkeerplaats.
Wanneer ik de parkeerplaats oploop, zie ik achter een rechthoekig raam een bruine leren stoel waar ik zojuist op had gelegen. Het lijkt alsof die bruine stoel wacht op mijn terugkomst. Ik kom vast nog ooit terug naar die stoel, maar eerst is mijn autostoel aan de beurt. Ik open de autodeur en stap in. De sleutel stop ik in het contact en draai hem naar rechts. Door het dot gas geven, gromt het pijltje van de toerenteller richting de vijf. In de achteruitkijkspiegel zie ik een extra snijtand, die wat scheefachtig staat.
Voordat ik wegrijd, voel ik me verplicht om nog iets te doen. En zo stop ik mijn linkerduim in mijn mond. Wat heb ik die duim gemist zeg. Alleen smaakt hij niet meer meer zo vertrouwd als vroeger. Toch is mijn duim het beste wat me ooit is overkomen. En heel stiekem in mijn dromen, red ik nog steeds mooie jonkvrouwen in nood, met of zonder beugel.
vrijdag 22 augustus 2008
Rode Lampionnetjes
In China wordt je ziel gestreeld door rust.
Rode lampionnetjes geven subtiel hun licht,
aan een kabbelend riviertje dat klinkt als muziek.
Een panfluitje, en ook een harpje,
ebben zacht weg in oneindige stilte.
Meisjes uit Nederland, zoet als honing.
Grote ogen, lange benen.
Hollandse engeltjes ruikend naar bloemetjes,
zijn mooier dan Chinese meisjes.
Maar in China heb je rode lampionnetjes.
Rode lampionnetjes geven subtiel hun licht,
aan een kabbelend riviertje dat klinkt als muziek.
Een panfluitje, en ook een harpje,
ebben zacht weg in oneindige stilte.
Meisjes uit Nederland, zoet als honing.
Grote ogen, lange benen.
Hollandse engeltjes ruikend naar bloemetjes,
zijn mooier dan Chinese meisjes.
Maar in China heb je rode lampionnetjes.
vrijdag 15 augustus 2008
het Parkje in Liessel
Het zand kraakt zachtjes onder mijn schoenzolen.
Ik loop over een wandelpadje die de richting geeft naar de uitgang.
Het pad krioelt wat, maar het blijft duidelijk waar je moet lopen.
Zomaar besluit ik over het gras te lopen.
Om vervolgens midden op het voetbalveldje even stil te staan.
Het is rusig, rustig in het parkje van Liessel.
Toch heb in dit parkje genoeg meegemaakt.
Ieder bankje hier heeft zijn verhaal.
Op dat bankje daar in de hoek zaten we na een heftige houseparty.
Tien jaar geleden attendeerde een oude man op onze vroege vogel actie.
Hij was op weg naar de zondagmis.
'Wat is vroeg?' Merkte ik nog op.
We lachten om de oude man, hij moest eens weten.
Vroeg of laat, wat maakte het uit.
Tijd was voor de kerkklok, die luidde dat de zondagmis begon.
In het park was er tijd genoeg.
Op een ander bankje heb ik onafhankelijk op mijn scooter gehangen.
Samen met vrienden blikjes bier gedronken en gelachen om onnozelheid.
Ontspanning en eenvoud was de tendens.
Serieus en saai volwassen gedrag was voor je ouders.
Werd het serieus, dan startte ik mijn scooter, en was ik weer vogelvrij.
Ik reed zonder helm, ik vond het heerlijk die tranende ogen door de wind.
Tranen van geluk om het leven van dag tot dag.
Geen planning, geen verplichtingen, geen keuzes.
Op het grasveldje wakkert de wind ineens mijn carriere ambities aan.
Het kriebelt al een tijdje, vroeg of laat moet het er toch van komen.
Het wordt tijd om mijn vleugels uit te slaan.
Tijd om mijn school af te ronden en centen te verdienen.
Volgende week ga ik naar het vondelpark in Amsterdam.
Daar ga ik op een nieuw bankje zitten en start ik mijn laptop.
Zo ga ik geschiedenis schrijven.
Zonder helm, en nog steeds tranen in de ogen door de wind.
Ik loop over een wandelpadje die de richting geeft naar de uitgang.
Het pad krioelt wat, maar het blijft duidelijk waar je moet lopen.
Zomaar besluit ik over het gras te lopen.
Om vervolgens midden op het voetbalveldje even stil te staan.
Het is rusig, rustig in het parkje van Liessel.
Toch heb in dit parkje genoeg meegemaakt.
Ieder bankje hier heeft zijn verhaal.
Op dat bankje daar in de hoek zaten we na een heftige houseparty.
Tien jaar geleden attendeerde een oude man op onze vroege vogel actie.
Hij was op weg naar de zondagmis.
'Wat is vroeg?' Merkte ik nog op.
We lachten om de oude man, hij moest eens weten.
Vroeg of laat, wat maakte het uit.
Tijd was voor de kerkklok, die luidde dat de zondagmis begon.
In het park was er tijd genoeg.
Op een ander bankje heb ik onafhankelijk op mijn scooter gehangen.
Samen met vrienden blikjes bier gedronken en gelachen om onnozelheid.
Ontspanning en eenvoud was de tendens.
Serieus en saai volwassen gedrag was voor je ouders.
Werd het serieus, dan startte ik mijn scooter, en was ik weer vogelvrij.
Ik reed zonder helm, ik vond het heerlijk die tranende ogen door de wind.
Tranen van geluk om het leven van dag tot dag.
Geen planning, geen verplichtingen, geen keuzes.
Op het grasveldje wakkert de wind ineens mijn carriere ambities aan.
Het kriebelt al een tijdje, vroeg of laat moet het er toch van komen.
Het wordt tijd om mijn vleugels uit te slaan.
Tijd om mijn school af te ronden en centen te verdienen.
Volgende week ga ik naar het vondelpark in Amsterdam.
Daar ga ik op een nieuw bankje zitten en start ik mijn laptop.
Zo ga ik geschiedenis schrijven.
Zonder helm, en nog steeds tranen in de ogen door de wind.
vrijdag 1 augustus 2008
Mama is 50
Bedankt dat we soldaatje mochten spelen
En voor dat fruithapje dat klaar stond na school
Na schooltijd deden we voor jou graag bloemetjes plukken
Mooie bloemen vond je in de sloot, maar mooier waren die van de buren
Konden we maar voor altijd blijven spelen op de Vossenweg
Voetballen met onze vriendjes achter op ons veldje
Wat was dat een mooie tijd, onbevangen en onbezonnen
Alles mocht nog op gevoel, zonder dat er iemand iets van zei
Wij alle drie hebben een zorgeloze jeugd gehad
Met ups, en zeer weinig downs
Jouw nieuwe leeftijd zegt weinig over de geschiedenis
Voor ons zijn het warme herinneringen die we hebben van jou
En nog steeds worden er warme, gekleurde herinneringen gemaakt
Iedere week als we elkaar zien
Altijd en onvoorwaardelijk stond jij voor ons klaar
En nog steeds, met kleren die vies mogen worden en een vers fruithapje
Je zoons staat ook onvoorwaardelijk voor jou klaar
Als cadeau voor 50e verjaardag: een dagje zonder zorgen
En we geven je een vers geplukt woordenbloemetje uit ons hart:
Wij houden ook van jou
Proficiat Mama
Namens je zoons Ron, Mark en Frank
En voor dat fruithapje dat klaar stond na school
Na schooltijd deden we voor jou graag bloemetjes plukken
Mooie bloemen vond je in de sloot, maar mooier waren die van de buren
Konden we maar voor altijd blijven spelen op de Vossenweg
Voetballen met onze vriendjes achter op ons veldje
Wat was dat een mooie tijd, onbevangen en onbezonnen
Alles mocht nog op gevoel, zonder dat er iemand iets van zei
Wij alle drie hebben een zorgeloze jeugd gehad
Met ups, en zeer weinig downs
Jouw nieuwe leeftijd zegt weinig over de geschiedenis
Voor ons zijn het warme herinneringen die we hebben van jou
En nog steeds worden er warme, gekleurde herinneringen gemaakt
Iedere week als we elkaar zien
Altijd en onvoorwaardelijk stond jij voor ons klaar
En nog steeds, met kleren die vies mogen worden en een vers fruithapje
Je zoons staat ook onvoorwaardelijk voor jou klaar
Als cadeau voor 50e verjaardag: een dagje zonder zorgen
En we geven je een vers geplukt woordenbloemetje uit ons hart:
Wij houden ook van jou
Proficiat Mama
Namens je zoons Ron, Mark en Frank
dinsdag 8 juli 2008
Karma
Gistermiddag zag ik mijn fietsslot aan mijn fietswiel hangen.
De rest van de fiets was gestolen.
Hopelijk heeft de dief net zo veel plezier met de fiets gehad als ik.
In een moment van haastige spoed had ik mijn slot alleen aan mijn wiel gehangen.
Mijn trouwe slot doet het altijd.
Toch had ik iets beter op mijn fiets moeten passen.
En ook de tijd, daar moest ik beter rekening mee houden.
Bijvoorbeeld: Vanmorgen zocht ik mijn paraplu maar ik kon hem niet vinden.
Ik wist vrijwel zeker dat het ging regenen maar het was TE warm voor een jas.
Ik accepteerde mijn slordigheid en besloot in een blauwe blouse naar buiten te gaan.
Eenmaal zittend in de bus las ik mijn gele boek over boedhisme.
Laatst had ik mijn boek uitgeleend aan een leuk meisje van de studiereis door China.
Ze was geinteresseerd, en ik wilde haar helpen.
Ineens begint er een klein Turks meisje aan mijn boek te trekken.
Haar groene oogjes glunderen terwijl ze enthousiast lacht.
Het is een klein peutertje aan de hand van haar moeder.
Ik vertel het kleine meisje dat ze mijn boek mag lenen zodra ze kan lezen.
Uit blijk van bewondering voor haar enthousiasme lachte ik het mensje vriendelijk toe.
Verlegen hield ze de palm van haar handje gebogen voor haar oogjes, terwijl haar moeder haar mee trok naar een plaatsje achterin de bus.
Het peuterlachje maakte plaats voor het gegrom van de bus, wanneer deze weer vaart maakte.
Aangekomen op school liep ik naar het lokaal van de inzage.
Op een geel briefje op de deur van het lokaal stond wat blauw gekrabbel.
Inzage marketing, zoals ik het las op het webboard van de Fontys.
Waarom kwam ik dan het zesde uur op school?
Ik ging op zoek naar de marketingdocent en kwam aan bij de docentenkamer.
De docenten lachten om mijn verklaring en ik lachte wat mee om mijn onnozelheid.
In de kantine besloot ik geduldig te wachten.
Gelukkig had ik mijn gele boek meegenomen.
Op het raam hoorde ik het gekletter van een enorme stortbui.
Het water gutste als een waterval naar beneden.
Ik besefte dat ik geen paraplu bij had en dat dit weleens een gruwelijke baaldag kon worden.
Toen ik het hoofdstuk over karma las in mijn gele boek, zocht ik een pc in het studielandschap om dit verhaaltje te typen.
Mijn tentamen, mijn fiets, mijn paraplu.
Het leek erop of dat ik ervoor onbewust had gekozen een baaldag te hebben.
Tijdens het geratel op mijn toetsenbord, kwam er een docent naar mijn toe in het studielandschap.
'Jij bent op andere vlakken weer bijzonder goed.' Vertelde hij.
'Geloof in jezelf', zo klonk zijn schouderklop.
Toen de goedgemutste docent wegliep, kwam de marketingdocent aangelopen.
Ik sloeg mijn karmaverhaal snel op en hield de marketingman aan om te vertellen dat ik me vergist had.
De vorige inzage kon ik er ook niet zijn vanwege het overlijden van mijn opa.
De man in de gang keek over zijn bril, zuchtte een keer en meldde dat hij wel een paar minuten vrij kon maken.
Zijn advies was heel verhelderend en mijn twee uur wachten was zeker de moeite waard geweest.
Toen ik de marketingdocent vriendelijk had bedankt, liep ik naar mijn pc.
Aldaar vond ik een achtergelaten paraplu onder de tafel.
Hopelijk is de vorige eigenaar net ze zo blij met de paraplu als ik nu ben.
Zometeen geniet ik van het weer danzij mijn nieuwe paraplu, glimlach ik nog een keer om dat turkse peutertje in de bus en ga ik dat meisje van de studiereis nog eens bellen.
De rest van de fiets was gestolen.
Hopelijk heeft de dief net zo veel plezier met de fiets gehad als ik.
In een moment van haastige spoed had ik mijn slot alleen aan mijn wiel gehangen.
Mijn trouwe slot doet het altijd.
Toch had ik iets beter op mijn fiets moeten passen.
En ook de tijd, daar moest ik beter rekening mee houden.
Bijvoorbeeld: Vanmorgen zocht ik mijn paraplu maar ik kon hem niet vinden.
Ik wist vrijwel zeker dat het ging regenen maar het was TE warm voor een jas.
Ik accepteerde mijn slordigheid en besloot in een blauwe blouse naar buiten te gaan.
Eenmaal zittend in de bus las ik mijn gele boek over boedhisme.
Laatst had ik mijn boek uitgeleend aan een leuk meisje van de studiereis door China.
Ze was geinteresseerd, en ik wilde haar helpen.
Ineens begint er een klein Turks meisje aan mijn boek te trekken.
Haar groene oogjes glunderen terwijl ze enthousiast lacht.
Het is een klein peutertje aan de hand van haar moeder.
Ik vertel het kleine meisje dat ze mijn boek mag lenen zodra ze kan lezen.
Uit blijk van bewondering voor haar enthousiasme lachte ik het mensje vriendelijk toe.
Verlegen hield ze de palm van haar handje gebogen voor haar oogjes, terwijl haar moeder haar mee trok naar een plaatsje achterin de bus.
Het peuterlachje maakte plaats voor het gegrom van de bus, wanneer deze weer vaart maakte.
Aangekomen op school liep ik naar het lokaal van de inzage.
Op een geel briefje op de deur van het lokaal stond wat blauw gekrabbel.
Inzage marketing, zoals ik het las op het webboard van de Fontys.
Waarom kwam ik dan het zesde uur op school?
Ik ging op zoek naar de marketingdocent en kwam aan bij de docentenkamer.
De docenten lachten om mijn verklaring en ik lachte wat mee om mijn onnozelheid.
In de kantine besloot ik geduldig te wachten.
Gelukkig had ik mijn gele boek meegenomen.
Op het raam hoorde ik het gekletter van een enorme stortbui.
Het water gutste als een waterval naar beneden.
Ik besefte dat ik geen paraplu bij had en dat dit weleens een gruwelijke baaldag kon worden.
Toen ik het hoofdstuk over karma las in mijn gele boek, zocht ik een pc in het studielandschap om dit verhaaltje te typen.
Mijn tentamen, mijn fiets, mijn paraplu.
Het leek erop of dat ik ervoor onbewust had gekozen een baaldag te hebben.
Tijdens het geratel op mijn toetsenbord, kwam er een docent naar mijn toe in het studielandschap.
'Jij bent op andere vlakken weer bijzonder goed.' Vertelde hij.
'Geloof in jezelf', zo klonk zijn schouderklop.
Toen de goedgemutste docent wegliep, kwam de marketingdocent aangelopen.
Ik sloeg mijn karmaverhaal snel op en hield de marketingman aan om te vertellen dat ik me vergist had.
De vorige inzage kon ik er ook niet zijn vanwege het overlijden van mijn opa.
De man in de gang keek over zijn bril, zuchtte een keer en meldde dat hij wel een paar minuten vrij kon maken.
Zijn advies was heel verhelderend en mijn twee uur wachten was zeker de moeite waard geweest.
Toen ik de marketingdocent vriendelijk had bedankt, liep ik naar mijn pc.
Aldaar vond ik een achtergelaten paraplu onder de tafel.
Hopelijk is de vorige eigenaar net ze zo blij met de paraplu als ik nu ben.
Zometeen geniet ik van het weer danzij mijn nieuwe paraplu, glimlach ik nog een keer om dat turkse peutertje in de bus en ga ik dat meisje van de studiereis nog eens bellen.
donderdag 26 juni 2008
Bindingsangst
Liefde en lust heb ik onder controle
Niet verliefd, niet op hete kolen
Een meisje doe ik niet snel verdriet
Ik hou ze op afstand, zo gaat mijn levenslied
Op stap tot in de late uren, als vrijgezel de sterren geteld
Tijdloos naar de nachthemel turen, in dromen meisjes mooie verhalen verteld
Als het te serieus wordt, bedank ik hartelijk en ben ik er van tussen
Moet ik haar meisjesgeurtje missen op mijn kussen
Mooie herinneringen zal ik nooit wissen
De tederheid van een meisjeshand door mijn haren moeten missen
Een ontbijtje heb ik altijd klaar voor meisjesbezoek
Dat komt niet zo heel vaak voor, misschien omdat ik niet zoek
Misschien is mijn jongeheer slet en snolbestendig?
Want ik heb hem zo getemd, heel behendig
Altijd kan ik op de mijne vertrouwen
Maar tis wel een beetje eenzaam zonder lieve vrouwen
Ja best handig die controle
Ondertussen achter mijn verschijning, een verlangen verscholen
Ik wacht op een lief meisje, op een zwoele kus
Achter mijn muurtje zit een hopeloze romanticus
Niet verliefd, niet op hete kolen
Een meisje doe ik niet snel verdriet
Ik hou ze op afstand, zo gaat mijn levenslied
Op stap tot in de late uren, als vrijgezel de sterren geteld
Tijdloos naar de nachthemel turen, in dromen meisjes mooie verhalen verteld
Als het te serieus wordt, bedank ik hartelijk en ben ik er van tussen
Moet ik haar meisjesgeurtje missen op mijn kussen
Mooie herinneringen zal ik nooit wissen
De tederheid van een meisjeshand door mijn haren moeten missen
Een ontbijtje heb ik altijd klaar voor meisjesbezoek
Dat komt niet zo heel vaak voor, misschien omdat ik niet zoek
Misschien is mijn jongeheer slet en snolbestendig?
Want ik heb hem zo getemd, heel behendig
Altijd kan ik op de mijne vertrouwen
Maar tis wel een beetje eenzaam zonder lieve vrouwen
Ja best handig die controle
Ondertussen achter mijn verschijning, een verlangen verscholen
Ik wacht op een lief meisje, op een zwoele kus
Achter mijn muurtje zit een hopeloze romanticus
woensdag 25 juni 2008
Raketje
Waarom kijkt iedereen zo bezorgd?
Hun wenkbrouwen gefronst want ze zijn ergens in hun gedachten.
De muziek in hun oortje lijkt niet goed genoeg.
Met hun gsm in de hand kunnen ze ieder moment gebeld worden.
Gehaast galopperen ze door de stad.
Ik zie ze steeds meer, mensen met oogkleppen.
Ze gaan als een speer door het leven.
Aan tijd is een tekort.
Niet eens tijd voor een glimlach.
Van zo'n haast word je gewoon moe.
Dan heb je geen zin om 's morgens op te staan.
Is tijd een vloek.
Ik zit op het station in Nijmegen in zo'n kiosk hokje.
Nog een kwartiertje moet ik wachten op de trein naar Eindhoven.
Ik geniet van een ijsje.
Vijfenzeventig cent voor een verfrissend rood, oranje, geel.
Een lach ontglipt me even, want ik vind het schitterend
dat ik vrolijk word van een raketje.
Het kost bijna niets, dat gevoel van tevredenheid.
Een glimlacht ontglipt me terwijl ik mijn ijsje bewonder.
Ik kijk toch even om me heen, want ik was even alleen met mijn ijsje.
En het zou zo maar eens kunnen, dat ik weer eens voor lul stond.
Gelukkig zitten er alleen wat mensen voor zich uit te staren.
Met mp3 in het oor, een gsm klaar voor gebruik.
Ontevreden mensen zitten in het kioskhokje op het station in Nijmegen.
In gedachten bezig met datgene wat ze willen bereiken.
Datgene wat ze missen in hun leven.
Geen gesprek met hun medereizigers.
Waarom zouden ze, want niemand kan ze helpen.
Zelfs geen muziekje of een leuk telefoongesprek.
Dan opeens begint er een jonge vrouw te praten.
Gevoelloos, tegen haar telefoon in de hand.
Zo debiel is het, handsfree bellen terwijl je wacht.
Ze had tijdens haar wachten gewoon een ijsje kunnen kopen.
Dan had ze een momentje van tevredenheid terwijl ze wachtte.
Zo kon ze ook genieten van haar muziekje of gesprek.
Even check ik mijn telefoon.
Hij staat uit.
Want ik moet dit even kwijt.
Gepassioneerd ben ik aan het schrijven in mijn nieuwe kladblokje.
Vers papier, eergisteren gekocht in Amsterdam.
Ondertussen rommelt er een trein aan op het station.
Het is de trein naar Eindhoven.
Ik geef nog een lekkere lik aan mijn ijsje.
Het momentje van plezier is bijna op, en zo ook bijna dit verhaaltje.
Tevreden beslis ik morgen op tijd op te staan.
In de middag ga ik heerlijk door de stad slenteren.
Met een goedkoop raketje en een gratis lach op mijn snoet.
Hun wenkbrouwen gefronst want ze zijn ergens in hun gedachten.
De muziek in hun oortje lijkt niet goed genoeg.
Met hun gsm in de hand kunnen ze ieder moment gebeld worden.
Gehaast galopperen ze door de stad.
Ik zie ze steeds meer, mensen met oogkleppen.
Ze gaan als een speer door het leven.
Aan tijd is een tekort.
Niet eens tijd voor een glimlach.
Van zo'n haast word je gewoon moe.
Dan heb je geen zin om 's morgens op te staan.
Is tijd een vloek.
Ik zit op het station in Nijmegen in zo'n kiosk hokje.
Nog een kwartiertje moet ik wachten op de trein naar Eindhoven.
Ik geniet van een ijsje.
Vijfenzeventig cent voor een verfrissend rood, oranje, geel.
Een lach ontglipt me even, want ik vind het schitterend
dat ik vrolijk word van een raketje.
Het kost bijna niets, dat gevoel van tevredenheid.
Een glimlacht ontglipt me terwijl ik mijn ijsje bewonder.
Ik kijk toch even om me heen, want ik was even alleen met mijn ijsje.
En het zou zo maar eens kunnen, dat ik weer eens voor lul stond.
Gelukkig zitten er alleen wat mensen voor zich uit te staren.
Met mp3 in het oor, een gsm klaar voor gebruik.
Ontevreden mensen zitten in het kioskhokje op het station in Nijmegen.
In gedachten bezig met datgene wat ze willen bereiken.
Datgene wat ze missen in hun leven.
Geen gesprek met hun medereizigers.
Waarom zouden ze, want niemand kan ze helpen.
Zelfs geen muziekje of een leuk telefoongesprek.
Dan opeens begint er een jonge vrouw te praten.
Gevoelloos, tegen haar telefoon in de hand.
Zo debiel is het, handsfree bellen terwijl je wacht.
Ze had tijdens haar wachten gewoon een ijsje kunnen kopen.
Dan had ze een momentje van tevredenheid terwijl ze wachtte.
Zo kon ze ook genieten van haar muziekje of gesprek.
Even check ik mijn telefoon.
Hij staat uit.
Want ik moet dit even kwijt.
Gepassioneerd ben ik aan het schrijven in mijn nieuwe kladblokje.
Vers papier, eergisteren gekocht in Amsterdam.
Ondertussen rommelt er een trein aan op het station.
Het is de trein naar Eindhoven.
Ik geef nog een lekkere lik aan mijn ijsje.
Het momentje van plezier is bijna op, en zo ook bijna dit verhaaltje.
Tevreden beslis ik morgen op tijd op te staan.
In de middag ga ik heerlijk door de stad slenteren.
Met een goedkoop raketje en een gratis lach op mijn snoet.
dinsdag 3 juni 2008
Het Rooie Fietske
‘Ron, zij hid het rooie fietske nooit gehad.’
Dat zei mijn vader laatst.
Je stapfiets, je stoute fiets.
Die moet je gehad hebben om gelukkig te zijn.
Dan heb je de dingen gedaan die je altijd had willen doen.
Vind je rust in de kleine dingen in het leven.
De streling van de wind over het koren.
Het liefdeslied van vroege vogeltjes.
Bloemetjes en honing, ze ruiken zoet.
Trouwen klinkt niet meer zo romantisch als eerst.
Zoals het huwelijk in de Gouden Kooi.
Geld is een romantiekdoder.
Een middel die het doel verheerlijkt.
Een huwelijk maakt het financieel aantrekkelijker, een oplossing van twijfel en onzekerheid.
Alleen in een sprookjeshuwelijk leefden ze nog lang en gelukkig.
Het witte paard van de prins blijft op stal.
Nobele ridders vervelen zich suf.
Geen glazen muiltje op de trap.
Het rooie fietske is geen sprookje.
Een levenswaarheid.
De boodschap is rood.
Vraag het aan jezelf.
Luister naar die ene vraag.
Heb ik het rooie fietske al gehad?
Als je het niet weet, pak dan het rooie fietske en ga een stukkie om.
Antwoorden komen vanzelf wanneer je het fietsen moe bent.
Dan pas vraag je om de hand van een mooie bloem, of een zachte honing.
Dat zei mijn vader laatst.
Je stapfiets, je stoute fiets.
Die moet je gehad hebben om gelukkig te zijn.
Dan heb je de dingen gedaan die je altijd had willen doen.
Vind je rust in de kleine dingen in het leven.
De streling van de wind over het koren.
Het liefdeslied van vroege vogeltjes.
Bloemetjes en honing, ze ruiken zoet.
Trouwen klinkt niet meer zo romantisch als eerst.
Zoals het huwelijk in de Gouden Kooi.
Geld is een romantiekdoder.
Een middel die het doel verheerlijkt.
Een huwelijk maakt het financieel aantrekkelijker, een oplossing van twijfel en onzekerheid.
Alleen in een sprookjeshuwelijk leefden ze nog lang en gelukkig.
Het witte paard van de prins blijft op stal.
Nobele ridders vervelen zich suf.
Geen glazen muiltje op de trap.
Het rooie fietske is geen sprookje.
Een levenswaarheid.
De boodschap is rood.
Vraag het aan jezelf.
Luister naar die ene vraag.
Heb ik het rooie fietske al gehad?
Als je het niet weet, pak dan het rooie fietske en ga een stukkie om.
Antwoorden komen vanzelf wanneer je het fietsen moe bent.
Dan pas vraag je om de hand van een mooie bloem, of een zachte honing.
donderdag 29 mei 2008
Biertje?
Zoute parels rollen over het raam van de kroeg naar beneden. Binnen aan de bar bestel ik een glas pis met een schuimeilandje van ellende. Een meisjeshand laat de tap een vaasje vol stormen. Een plasticvinger veegt wat overtollig schuim weg. Het sop sijpelt weg in de leegte. Een gezicht achter het vaasje met gezeik spreekt zonder woorden. Op haar uithangbord staat 1,70. Ik smijt wat onbenullig kleingeld over de bar en ze ontvangt het met open armen. Ik kijk in haar meisjesogen en zie haar horecalach. Heel even overweeg ik uit beleefdheid een gesprek met haar aan te knopen, maar ik besluit toch liever naar het gejank van het weer te luisteren. Dan hoor ik een piepstemmetje vanachter het gietijzer. Twee rode lippen bewegen op en neer en ze accentueert haar verhaal met een scheve wenkbrauw. ‘Schuilen voor het weer.’ Antwoord ik. Dan hoor ik weer het getik van de uiteenspattende pareltjes op het raam. Geen zin in die standaard gesprekken. Ze vraagt uiteindelijk toch om meer munttroep omdat ik van het praten meer ga zuipen. Meer geld op de ‘welkom’ van de deurmat van de kroeg. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat het barmeisje ietwat teleurgesteld is in haar gesprekspartner en besluit een uitweg te zoeken in een lade. Opeens wordt er een rond object met wat gekrabbel voor me neus geschoven. Het is een woordje in blauwe inkt op wit vilt. ‘Lief?’ Een klein gebaar, een boodschap zo roosgeurig. De reuk klinkt me bekend in de ogen. Ik kijk haar naar haar glanzende lippen, vervolgens naar haar wipneusje en in haar uitnodigende glimmers zie ik mijn verlangen. En ik bestel nog een vaasje met bloemen voor haar.
woensdag 14 mei 2008
De Blauwe Ogen van Opa
Vorige week vrijdag werd ik gebeld door mijn nichtje Anne Marie. Ze was een beetje overstuur toen ze vertelde dat Opa bediend ging worden. Eerlijk gezegd wist ik toen eigenlijk niet wat het bedienen was. Het klonk in ieder geval niet positief. Ik stelde Anne Marie een beetje gerust met mijn stem. Zo liet ik haar weten dat ik er ook zou zijn op de bediening en om daarna een drankje te doen op het terras. Het was heerlijk weer. Geen wolkje aan de lucht.
Vorige week zaterdag gisteren zat ik met mijn vader in de auto. We reden naar het bejaardenhuis in Deurne waar Opa lag. ‘Toen Bernard mijn leeftijd had was ik zeventien.’ Vertelde Pa. ‘Een laatbloeier dus.’ Verklaarde ik op een herkenbare toon. Het was een vader oudste zoon gesprek. Ik vroeg me af of dat Opa ook zo’n gesprek had gehad met zijn vader.
In het bejaardenhuis De Nieuwenhof lag Opa. Ook zijn dossier lag daar. Het dossier van Bernard van Hal. We mochten van de zuster het dossier inkijken, want we vroegen ons af wat Bernard nu onder de leden had. Hij zag er niet zo goed uit. Er stond wat gekrabbel van de dokter: symptomen van een UWI en wat verschijnselen van kortademigheid en slijmontwikkeling. Dus een mogelijke blaas en longontsteking? Maar hij had het niet, kon ik uitmaken uit zijn verhaal. Toch werd hij bediend. Opa kreeg een ziekezalving. Oma en de kinderen vonden dat tijd was.
In de kamer van Opa was het behoorlijk druk en benauwd. Op het dressoir stond een scheerapparaat. Dhr van Hal stond erop. Ik vroeg me af of Opa het apparaat nog kon herkennen? Misschien zou hij het dan nog lezen?. Kon hij nog wel lezen? Hoeveel van Opa was er nog over? Het ging niet zo goed met Opa.
De kinderen en de meeste kleinkinderen stonden rondom het bed van de oude man. Opa kon niet tegen die drukte. Hij werd drukker en moest meer hoesten. Opa heeft nooit de drukte opgezocht. Maar nu had hij geen keus.
De pastoor legde zijn zwarte weekendtas op een tafeltje en ging zich voorbereiden op de dienst. Hij haalde er een potje met zalf uit en vervolgens zijn gewaad. Wanneer hij zijn gewaad had aangetrokken, begon hij de blauwe boekjes met hoopvolle teksten uit te delen. ‘We beginnen op pagina twee.’ Vertelde de pastoor. De man bukte over Opa heen om hem toe te spreken. ‘Bernard wij gaan je de kracht van de heer geven.’ Opa trilde en schudde wat zijn hoofd. ‘Schiet maar op.’ Zei de oude man. Opa kon eigenlijk niet meer praten. Maar dat wist hij nog wel te vertellen. Af en toe was hij er nog.
Toen we met de familie in een kringetje van vertrouwen rondom het bed van Opa stonden keek ik Opa nog eens aan. Hij was echt mager. Vel over bot. Er was nog maar weinig over van de harde werker. Bernard was niet kapot te krijgen. Het enige wat nog straalde aan Bernard was de kleur in zijn ogen. Het was een beetje troebel maar het was er. Hemelsblauwe ogen. Ook Oma heeft die blauwe ogen. Zo ook mijn vader, mijn tantes en ooms, mijn neven en nichten en zelf mijn broertjes. En ik ook heb die blauw in de ogen stralen. Opvallend is dat we allemaal toch een eigen kleurtje aan dat blauw hebben gegeven. Zo is bij de een de kleur wat lichter, bij de ander heeft het een extra kleurtje. Op die manier vullen we ook onze eigen manier ons leven in. Opa zag met zijn ogen het land en zijn vee die voor het levensonderhoud van de familie van Hal zorgde. Papa ziet met zijn ogen oplossingen voor technische problemen en daarmee zorgt hij voor brood op de plank. En ik als zoon zie met mijn ogen een eigen waarheid die ik probeer op te schrijven.
Vier zoons en vier dochters. En maar liefst zeventien kleinkinderen. Dat hebben Opa en Oma best netjes gedaan dacht ik. Een grote gezelligheid. Want dat is het altijd als we bij elkaar zijn. Altijd mooi weer. Geen wolkje aan de lucht. Opa hield heel wijs altijd zijn mond dicht als hij niets te vertellen had. Oma vond het heerlijk dat ze op deze manier heel veel vrijheid had om te vertellen. En dat deed ze ook. De rest van de familie deed vrolijk mee.
Wat we van Opa hebben mee gekregen zijn trots en een oprecht gevoel voor moraal en normen en waarden. De eigen-wijsheid hebben we een beetje van Oma. Trots en eigenwijs, en eerlijk met het moraal hoog in het vaandel. Dat doen we op onze manier, gezellig met een pilske. Dat is de familie altijd mooi weer. Dat zijn de kinderen van Bernard van Hal en Mien van Hal.
In de nacht van zaterdag op zondag om half vier is Opa overleden. Aan de ouderdom. Papa maakte me zondagmorgen wakker: ‘Opa is dood.’ Ik was vrijwel direct wakker en antwoordde voordat ik eigenlijk kon nadenken. ‘Dat is snel.’ Zei ik. Ietwat verbaasd was ik. Dat het zo snel kon gaan. Opa had acht uur van te voren nog zijn bediening gekregen. Eigenlijk is het heel adequaat gegaan dus. Zoals het ‘hoort’. We hebben het als familie goed gedaan. Opa is aan de ouderdom gestorven. Niet zoals de dokter het had gekrabbeld in het dossier in het bejaardenhuis. Zijn lichaam en geest hadden geen zin meer in dat benauwde kamertje in het bejaardenhuis. Hij had geen zin meer in het proberen te praten. En zijn scheerapparaat kon hij al een tijdje niet meer vinden.
Diezelfde zondag na het bericht van Opa’s heengaan, zat ik buiten in een tuinstoel een boek te lezen voor school. Uiteindelijk moest ik toch brood op de plank zien te brengen. Het was aangenaam warm buiten, maar af en toe waaide het behoorlijk. Zo tilde de wind ineens de parasol een stukje uit zijn voetstuk. Ik gooide mijn boek van schoot om snel de parasol vast te pakken. Toen ik de parasol weer netjes op zijn plaats zette, zag ik het mooie weer. Er was geen wolkje aan de lucht. In de hemel zag ik een kleur blauw die ik die morgen nog zag in de spiegel toen ik mezelf scheerde. Op die zondag zag ik in de hemel de blauwe ogen van Opa.
Vorige week zaterdag gisteren zat ik met mijn vader in de auto. We reden naar het bejaardenhuis in Deurne waar Opa lag. ‘Toen Bernard mijn leeftijd had was ik zeventien.’ Vertelde Pa. ‘Een laatbloeier dus.’ Verklaarde ik op een herkenbare toon. Het was een vader oudste zoon gesprek. Ik vroeg me af of dat Opa ook zo’n gesprek had gehad met zijn vader.
In het bejaardenhuis De Nieuwenhof lag Opa. Ook zijn dossier lag daar. Het dossier van Bernard van Hal. We mochten van de zuster het dossier inkijken, want we vroegen ons af wat Bernard nu onder de leden had. Hij zag er niet zo goed uit. Er stond wat gekrabbel van de dokter: symptomen van een UWI en wat verschijnselen van kortademigheid en slijmontwikkeling. Dus een mogelijke blaas en longontsteking? Maar hij had het niet, kon ik uitmaken uit zijn verhaal. Toch werd hij bediend. Opa kreeg een ziekezalving. Oma en de kinderen vonden dat tijd was.
In de kamer van Opa was het behoorlijk druk en benauwd. Op het dressoir stond een scheerapparaat. Dhr van Hal stond erop. Ik vroeg me af of Opa het apparaat nog kon herkennen? Misschien zou hij het dan nog lezen?. Kon hij nog wel lezen? Hoeveel van Opa was er nog over? Het ging niet zo goed met Opa.
De kinderen en de meeste kleinkinderen stonden rondom het bed van de oude man. Opa kon niet tegen die drukte. Hij werd drukker en moest meer hoesten. Opa heeft nooit de drukte opgezocht. Maar nu had hij geen keus.
De pastoor legde zijn zwarte weekendtas op een tafeltje en ging zich voorbereiden op de dienst. Hij haalde er een potje met zalf uit en vervolgens zijn gewaad. Wanneer hij zijn gewaad had aangetrokken, begon hij de blauwe boekjes met hoopvolle teksten uit te delen. ‘We beginnen op pagina twee.’ Vertelde de pastoor. De man bukte over Opa heen om hem toe te spreken. ‘Bernard wij gaan je de kracht van de heer geven.’ Opa trilde en schudde wat zijn hoofd. ‘Schiet maar op.’ Zei de oude man. Opa kon eigenlijk niet meer praten. Maar dat wist hij nog wel te vertellen. Af en toe was hij er nog.
Toen we met de familie in een kringetje van vertrouwen rondom het bed van Opa stonden keek ik Opa nog eens aan. Hij was echt mager. Vel over bot. Er was nog maar weinig over van de harde werker. Bernard was niet kapot te krijgen. Het enige wat nog straalde aan Bernard was de kleur in zijn ogen. Het was een beetje troebel maar het was er. Hemelsblauwe ogen. Ook Oma heeft die blauwe ogen. Zo ook mijn vader, mijn tantes en ooms, mijn neven en nichten en zelf mijn broertjes. En ik ook heb die blauw in de ogen stralen. Opvallend is dat we allemaal toch een eigen kleurtje aan dat blauw hebben gegeven. Zo is bij de een de kleur wat lichter, bij de ander heeft het een extra kleurtje. Op die manier vullen we ook onze eigen manier ons leven in. Opa zag met zijn ogen het land en zijn vee die voor het levensonderhoud van de familie van Hal zorgde. Papa ziet met zijn ogen oplossingen voor technische problemen en daarmee zorgt hij voor brood op de plank. En ik als zoon zie met mijn ogen een eigen waarheid die ik probeer op te schrijven.
Vier zoons en vier dochters. En maar liefst zeventien kleinkinderen. Dat hebben Opa en Oma best netjes gedaan dacht ik. Een grote gezelligheid. Want dat is het altijd als we bij elkaar zijn. Altijd mooi weer. Geen wolkje aan de lucht. Opa hield heel wijs altijd zijn mond dicht als hij niets te vertellen had. Oma vond het heerlijk dat ze op deze manier heel veel vrijheid had om te vertellen. En dat deed ze ook. De rest van de familie deed vrolijk mee.
Wat we van Opa hebben mee gekregen zijn trots en een oprecht gevoel voor moraal en normen en waarden. De eigen-wijsheid hebben we een beetje van Oma. Trots en eigenwijs, en eerlijk met het moraal hoog in het vaandel. Dat doen we op onze manier, gezellig met een pilske. Dat is de familie altijd mooi weer. Dat zijn de kinderen van Bernard van Hal en Mien van Hal.
In de nacht van zaterdag op zondag om half vier is Opa overleden. Aan de ouderdom. Papa maakte me zondagmorgen wakker: ‘Opa is dood.’ Ik was vrijwel direct wakker en antwoordde voordat ik eigenlijk kon nadenken. ‘Dat is snel.’ Zei ik. Ietwat verbaasd was ik. Dat het zo snel kon gaan. Opa had acht uur van te voren nog zijn bediening gekregen. Eigenlijk is het heel adequaat gegaan dus. Zoals het ‘hoort’. We hebben het als familie goed gedaan. Opa is aan de ouderdom gestorven. Niet zoals de dokter het had gekrabbeld in het dossier in het bejaardenhuis. Zijn lichaam en geest hadden geen zin meer in dat benauwde kamertje in het bejaardenhuis. Hij had geen zin meer in het proberen te praten. En zijn scheerapparaat kon hij al een tijdje niet meer vinden.
Diezelfde zondag na het bericht van Opa’s heengaan, zat ik buiten in een tuinstoel een boek te lezen voor school. Uiteindelijk moest ik toch brood op de plank zien te brengen. Het was aangenaam warm buiten, maar af en toe waaide het behoorlijk. Zo tilde de wind ineens de parasol een stukje uit zijn voetstuk. Ik gooide mijn boek van schoot om snel de parasol vast te pakken. Toen ik de parasol weer netjes op zijn plaats zette, zag ik het mooie weer. Er was geen wolkje aan de lucht. In de hemel zag ik een kleur blauw die ik die morgen nog zag in de spiegel toen ik mezelf scheerde. Op die zondag zag ik in de hemel de blauwe ogen van Opa.
dinsdag 6 mei 2008
Sprookje
Er was eens een schrijver met een behoorlijk levendige fantasie.
Hij besloot een korte roman te schrijven over twee lotgenoten.
Het moest een klein sprookje worden voor op zijn blog.
Gewoon prima om weg te lezen.
Zo gezegd zo gedaan en hij beschreef twee vogeltjes in hun levenslied.
Een mannelijk roodborstje met twee linker vleugels, maar toch een minstreel.
Vrouwelijk was het paradijsvogeltje met kleurrijke veren, maar toch een saaie mus.
Vaak op een takje zat het roodborstje wat te tokkelen op zijn woordgitaar.
Hij had geen nest, zo kon hij de wereld rondreizen om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast hem zitten om te luisteren.
Enthousiast vertelde hij mooie woorden.
Overal waar hij kwam werd er graag geluisterd.
Hij hoefde er niets voor terug te hebben.
Een lach op het bekje van de luisteraar vond hij voldoende.
Vaak in de stad zat het paradijsvogeltje te pronken met haar veren.
Ze had geen baan, ze teerde op andermans geld om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast haar zitten om haar het hof te maken.
Enthousiast paradeerde ze rond met haar sexy kleuren.
Overal waar zij kwam keek men de ogen uit.
Ze had alleen aandacht nodig van rijke vogels.
Ieder mannelijk snaveltje met wat centen vond ze voldoende.
Van boven zijn verhaal keek de schrijver neer op de twee plaatjes die hij zojuist had omschreven.
Zijn pen legde hij neer en dacht even hardop na.
Het roodborstje sprak graag mooie woorden.
En het paradijsvogeltje luisterde naar aandacht.
Voor wie nu een clue vermoedt.
Het roodborstje en het paradijsvolgeltje hebben elkaar nooit ontmoet.
En ze leefden nog lang en gelukkig.
Hij besloot een korte roman te schrijven over twee lotgenoten.
Het moest een klein sprookje worden voor op zijn blog.
Gewoon prima om weg te lezen.
Zo gezegd zo gedaan en hij beschreef twee vogeltjes in hun levenslied.
Een mannelijk roodborstje met twee linker vleugels, maar toch een minstreel.
Vrouwelijk was het paradijsvogeltje met kleurrijke veren, maar toch een saaie mus.
Vaak op een takje zat het roodborstje wat te tokkelen op zijn woordgitaar.
Hij had geen nest, zo kon hij de wereld rondreizen om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast hem zitten om te luisteren.
Enthousiast vertelde hij mooie woorden.
Overal waar hij kwam werd er graag geluisterd.
Hij hoefde er niets voor terug te hebben.
Een lach op het bekje van de luisteraar vond hij voldoende.
Vaak in de stad zat het paradijsvogeltje te pronken met haar veren.
Ze had geen baan, ze teerde op andermans geld om lekker wat te spelen.
Geregeld kwamen er vogels naast haar zitten om haar het hof te maken.
Enthousiast paradeerde ze rond met haar sexy kleuren.
Overal waar zij kwam keek men de ogen uit.
Ze had alleen aandacht nodig van rijke vogels.
Ieder mannelijk snaveltje met wat centen vond ze voldoende.
Van boven zijn verhaal keek de schrijver neer op de twee plaatjes die hij zojuist had omschreven.
Zijn pen legde hij neer en dacht even hardop na.
Het roodborstje sprak graag mooie woorden.
En het paradijsvogeltje luisterde naar aandacht.
Voor wie nu een clue vermoedt.
Het roodborstje en het paradijsvolgeltje hebben elkaar nooit ontmoet.
En ze leefden nog lang en gelukkig.
zondag 20 april 2008
Thee Met Amy
Mijn raam doe ik open om de dag binnen te laten
Een aangenaam lentebriesje van frisse lucht en vogelzang komt mijn kamer binnen.
Ik snuif met een diepe haal de verse zondagmorgen in.
Er staat een sierlijke boom voor het raam, met grote knoppen.
Nog eventjes en dan gaat ze zorgen voor een extra kleurtje in mijn zondagmorgen.
Dan doe ik mijn ogen dicht bij dat zoetroze geurtje van haar bloesem.
Zacht landt er een musje op een van de takken van de meisjesboom.
Het musje kijkt wat om zich heen en kijkt mij recht in de ogen aan.
Alsof ik zijn uitzicht verstoor lijkt hij geïrriteerd zijn tong uit te steken.
Klein is het sprongetje en kort is zijn vlucht naar een andere boom.
Met zo'n nieuwsgierig mens in de buurt kan de mus niet zijn liefdeslied fluiten.
Het vogeltje vliegt weer weg, en zo probeer ik de mijne te vervolgen.
Mijn verplichting met de buitenwereld zet ik aan.
Zo druk ik op ON.
Dit maal zet ik de computer aan om haar muziek.
Amy Winehouse begeleidt mij op de zondag.
Wanneer ik over mijn linkerschouder kijk aanschouw ik een teringbende.
Op dat moment klinkt een trompet uit de speakers en het raakt mijn drijfveer.
Die lege bierflessen in de krat, dat scheelt al een hoop.
Nu het slachtveld van bierdopjes en chips bij elkaar vegen.
En die peukbegraafplaats omkiepen in de feestafvalbak.
Impulsief glijd ik op mijn sokken over het parket naar de keuken, want zo vraagt de saxofoon.
De wasbak laat ik vollopen met het warme water van de kraan.
Wat citroenfris moet het zoete wijn en gerstenat van de glazen spoelen.
Een diversiteit aan glazen en mokken staat mij te wachten in de wasbak.
Het water is iets te heet en heel klungelig krijgt het eerste glas een poetsbeurt.
Er staat een gebruikt pannetje op het fornuis met daarop wat verloren glazen en bestek .
Smerig en vergeten moet dat bergje afwas er al een dagje staan.
Gewassen gaat het zielige bergje vaatwas mee met mijn schone bende de kast in.
Even vraag ik me af of een ander dat ook voor mijn bende zal doen.
Nee natuurlijk niet, en ik snap het op zondag.
Wanneer ik een wijnglas droog hoor ik Amy Winehouse met haar boodschap.
'When will we get.. the time to be.. just friends.' 'Just friends.'
Ik denk dat iedereen wel een ex heeft die je maar moeilijk los kunt laten.
'I wanne touch you, but it just hurts.'
Het komt allemaal goed hoor, zo klinkt het orgeltje aan het eind van het nummer.
De oven zet ik aan voor een lekker ontbijt.
Gisteren had ik eiersalade gemaakt.
Het is een lekker schaaltje van ruimvoldoende geworden, want iedereen mag wat mijn kunsten proeven.
Eigenlijk zou ik koffie horen pruttelen, maar ik ruik nog niets.
Behendig mik ik wat schepjes gemalen koffieboon in het filter en giet voldoende water achterin het apparaat.
Wanneer het rode lampje gaat branden weet ik dat er zo koffie is.
Misschien heb ik zo wel zin in thee, misschien later op de dag.
Later op de dag wordt het honingthee terwijl ik wat ga schrijven.
Ik droog een Ajax-mok af, er had koffie in gezeten.
Wie wordt vandaag de nieuwe voetbalkampioen van Nederland?
Ajax heeft al de mok, dan krijgt PSV vast de schaal. Eerlijk is eerlijk.
De vaatwas is klaar, en ik krijg een beloning van de saxofoon.
Op de vraag van zijn toon glijd ik op mijn sokken weer terug mijn verlichte kamer in.
Het licht van de zon lijkt mij door het raam naar buiten te trekken.
Vanmiddag laat ik buiten mijn gezicht kussen door het lentezonnetje.
Daarna ga ik op mijn kamer honingthee drinken met Amy.
Een aangenaam lentebriesje van frisse lucht en vogelzang komt mijn kamer binnen.
Ik snuif met een diepe haal de verse zondagmorgen in.
Er staat een sierlijke boom voor het raam, met grote knoppen.
Nog eventjes en dan gaat ze zorgen voor een extra kleurtje in mijn zondagmorgen.
Dan doe ik mijn ogen dicht bij dat zoetroze geurtje van haar bloesem.
Zacht landt er een musje op een van de takken van de meisjesboom.
Het musje kijkt wat om zich heen en kijkt mij recht in de ogen aan.
Alsof ik zijn uitzicht verstoor lijkt hij geïrriteerd zijn tong uit te steken.
Klein is het sprongetje en kort is zijn vlucht naar een andere boom.
Met zo'n nieuwsgierig mens in de buurt kan de mus niet zijn liefdeslied fluiten.
Het vogeltje vliegt weer weg, en zo probeer ik de mijne te vervolgen.
Mijn verplichting met de buitenwereld zet ik aan.
Zo druk ik op ON.
Dit maal zet ik de computer aan om haar muziek.
Amy Winehouse begeleidt mij op de zondag.
Wanneer ik over mijn linkerschouder kijk aanschouw ik een teringbende.
Op dat moment klinkt een trompet uit de speakers en het raakt mijn drijfveer.
Die lege bierflessen in de krat, dat scheelt al een hoop.
Nu het slachtveld van bierdopjes en chips bij elkaar vegen.
En die peukbegraafplaats omkiepen in de feestafvalbak.
Impulsief glijd ik op mijn sokken over het parket naar de keuken, want zo vraagt de saxofoon.
De wasbak laat ik vollopen met het warme water van de kraan.
Wat citroenfris moet het zoete wijn en gerstenat van de glazen spoelen.
Een diversiteit aan glazen en mokken staat mij te wachten in de wasbak.
Het water is iets te heet en heel klungelig krijgt het eerste glas een poetsbeurt.
Er staat een gebruikt pannetje op het fornuis met daarop wat verloren glazen en bestek .
Smerig en vergeten moet dat bergje afwas er al een dagje staan.
Gewassen gaat het zielige bergje vaatwas mee met mijn schone bende de kast in.
Even vraag ik me af of een ander dat ook voor mijn bende zal doen.
Nee natuurlijk niet, en ik snap het op zondag.
Wanneer ik een wijnglas droog hoor ik Amy Winehouse met haar boodschap.
'When will we get.. the time to be.. just friends.' 'Just friends.'
Ik denk dat iedereen wel een ex heeft die je maar moeilijk los kunt laten.
'I wanne touch you, but it just hurts.'
Het komt allemaal goed hoor, zo klinkt het orgeltje aan het eind van het nummer.
De oven zet ik aan voor een lekker ontbijt.
Gisteren had ik eiersalade gemaakt.
Het is een lekker schaaltje van ruimvoldoende geworden, want iedereen mag wat mijn kunsten proeven.
Eigenlijk zou ik koffie horen pruttelen, maar ik ruik nog niets.
Behendig mik ik wat schepjes gemalen koffieboon in het filter en giet voldoende water achterin het apparaat.
Wanneer het rode lampje gaat branden weet ik dat er zo koffie is.
Misschien heb ik zo wel zin in thee, misschien later op de dag.
Later op de dag wordt het honingthee terwijl ik wat ga schrijven.
Ik droog een Ajax-mok af, er had koffie in gezeten.
Wie wordt vandaag de nieuwe voetbalkampioen van Nederland?
Ajax heeft al de mok, dan krijgt PSV vast de schaal. Eerlijk is eerlijk.
De vaatwas is klaar, en ik krijg een beloning van de saxofoon.
Op de vraag van zijn toon glijd ik op mijn sokken weer terug mijn verlichte kamer in.
Het licht van de zon lijkt mij door het raam naar buiten te trekken.
Vanmiddag laat ik buiten mijn gezicht kussen door het lentezonnetje.
Daarna ga ik op mijn kamer honingthee drinken met Amy.
woensdag 9 april 2008
Liessel Tussen Duim En Wijsvinger
Zondag keek ik uit het keukenraam en zag de bosrand van Liessel.
Het is een plaatje dat ik al jaren ken.
Impulsief besloot ik naar het bos te lopen en het plaatje eens te ondervinden.
Het klinkt wat raar, maar ik had gewoon zin in een wandeling.
Even lekker onthaasten, en mijn nieuwsgierigheid zocht naar antwoorden.
Twee, drie akkers moest ik over om tot aan een zandpad te komen.
Het is een waterig zandpad met daarnaast een sloot.
In die sloot hebben we vaak gesprongen.
We probeerden eroverheen te springen, wat wel fout moest gaan.
Het leek alsof de sloot nu minder diep was.
De afstand naar de bossen was ook korter.
Misschien maakte onze fantasie destijds de akkers drassig en ver, en de sloot iets te diep.
Op het zandpad keek ik nog even om naar de afstand die ik had afgelegd.
Ik zag het kleinste dorpje wat ik ooit had gezien.
Met mijn duim en wijsvinger kon ik Liessel even vastpakken.
Ons huis links, daarnaast de kerk en rechts het voetbalveld.
Ik ben niet geboren in ons huis op de Vossenweg, maar ik woon er wel zo’n 20 jaar.
Samen met mijn broertjes hebben we achter op ons speelveldje wat afgevoetbald.
Zelf geloof ik het amper, maar ik ben tot mijn 15e nog misdienaar geweest in die kerk in het midden. In die tijd bidde ik nog regelmatig tot god.
Mijn vriendjes leerde ik kennen op dat voetbalveld rechts. Die jongens zie ik nog steeds.
Er kwam een blaadje voorbij waaien wat mij herinnerde om naar het bos te wandelen.
Ik besloot het zandpad weer te vervolgen.
Een variatie aan bomen grenzen aan het pad.
Ze kwamen mij enorm bekend voor. Toch kon ik het niet plaatsen.
Aan de linkerkant hoorde ik wat schapen blaten.
De lammetjes keken geïnteresseerd naar hun voorbijganger.
Al vragend kwamen naar hek van de wei gehuppeld.
Ik gaf ze een lach en een groet. Die wollige beestjes kunnen wel zonder mij, dacht ik.
Met een scheef koppie bleven ze mij aankijken. Ze begrepen mij niet helemaal.
Toch vond ik mijn groet voldoende. Mijn goede bedoelingen maakten de boodschap overbodig, zodat ik weer door kon lopen richting het bos.
Even bleef ik stil staan wanneer een lichtstraal spontaan mijn gezicht verwarmde.
Alsof een engeltje vanuit de hemel mijn wang kuste.
Mijn ogen vielen dicht en ik ademde liefde in.
Als de zon een meisje was, dan had ik haar verkering gevraagd.
Maar goed ik ben geen egoïst, dus de zon mag iedereen liefde geven.
Toen ik net de bossen was ingelopen, zag ik een leuk klein pad.
Het is bezaaid met dennennaalden, temidden van een berm van groen mos.
Ik besloot spontaan het kleine padje in te lopen.
Naaldbomen, volgens mij was ik daar vroeger allergisch voor.
Net als zo veel dingen waar ik niet tegen kan.
Je leert er mee leven, en ag het valt best mee.
Een mooie boom naast het pad hield mijn concentratie even vast.
Ik vroeg me niet af waarom, maar ik liep er naar toe.
Aangekomen bij de dennenboom, deed ik mijn rechterhandschoen af, legde mijn hand op de schors en keek naar boven.
De krommingen in zijn groei laten zijn levensloop zien.
De andere handschoen deed ik af en ik ging op het zachte mosgrond tegen de boom aan zitten.
Ik keek naar mijn handen. Ze zijn groot en zacht.
Brave studentenhanden, met een beetje eelt van het fitnissen.
Na mijn eerste vriendinnetje begon ik met fitnissen om mijn zelfvertrouwen weer op te krikken.
Best hypocriet eigenlijk, want het geeft een vertekend beeld van mij.
Even vond ik het allemaal gezegend, zo sloot ik mijn ogen en luisterde naar de omgeving.
De wind blies in mijn oor, de vogeltjes floten hun lied.
Bladeren en takken ritselden met de wind mee.
Het vergde wat moeite maar het lukte me om niet te luisteren naar mijn denken.
Even was niets belangrijk. Totdat ik een jong gezin hoorde fietsen.
Ze mochten me hier niet zien, dus ik stond op en liep weer aan.
Ietwat gehaast trok ik mijn warme handschoenen over mijn blote handen aan.
Met mijn stoere stappers liet ik voetsporen achter in het dennennaalden bezaaide zandpad.
Tussen de bomen door zag ik een warme uitnodiging van licht.
Op een open plek in het bos liet ik mijn gezicht kussen.
Aldaar op die open plek besloot ik vaker een wandeling te maken door het bos in Liessel.
Misschien dat er ooit een leuk zonnetje met mij mee wandelt.
Niet zozeer dat ik dan haar verkering zou vragen.
Maar ik zou zo graag Liessel laten zien.
Tussen mijn duim en wijsvinger.
Het is een plaatje dat ik al jaren ken.
Impulsief besloot ik naar het bos te lopen en het plaatje eens te ondervinden.
Het klinkt wat raar, maar ik had gewoon zin in een wandeling.
Even lekker onthaasten, en mijn nieuwsgierigheid zocht naar antwoorden.
Twee, drie akkers moest ik over om tot aan een zandpad te komen.
Het is een waterig zandpad met daarnaast een sloot.
In die sloot hebben we vaak gesprongen.
We probeerden eroverheen te springen, wat wel fout moest gaan.
Het leek alsof de sloot nu minder diep was.
De afstand naar de bossen was ook korter.
Misschien maakte onze fantasie destijds de akkers drassig en ver, en de sloot iets te diep.
Op het zandpad keek ik nog even om naar de afstand die ik had afgelegd.
Ik zag het kleinste dorpje wat ik ooit had gezien.
Met mijn duim en wijsvinger kon ik Liessel even vastpakken.
Ons huis links, daarnaast de kerk en rechts het voetbalveld.
Ik ben niet geboren in ons huis op de Vossenweg, maar ik woon er wel zo’n 20 jaar.
Samen met mijn broertjes hebben we achter op ons speelveldje wat afgevoetbald.
Zelf geloof ik het amper, maar ik ben tot mijn 15e nog misdienaar geweest in die kerk in het midden. In die tijd bidde ik nog regelmatig tot god.
Mijn vriendjes leerde ik kennen op dat voetbalveld rechts. Die jongens zie ik nog steeds.
Er kwam een blaadje voorbij waaien wat mij herinnerde om naar het bos te wandelen.
Ik besloot het zandpad weer te vervolgen.
Een variatie aan bomen grenzen aan het pad.
Ze kwamen mij enorm bekend voor. Toch kon ik het niet plaatsen.
Aan de linkerkant hoorde ik wat schapen blaten.
De lammetjes keken geïnteresseerd naar hun voorbijganger.
Al vragend kwamen naar hek van de wei gehuppeld.
Ik gaf ze een lach en een groet. Die wollige beestjes kunnen wel zonder mij, dacht ik.
Met een scheef koppie bleven ze mij aankijken. Ze begrepen mij niet helemaal.
Toch vond ik mijn groet voldoende. Mijn goede bedoelingen maakten de boodschap overbodig, zodat ik weer door kon lopen richting het bos.
Even bleef ik stil staan wanneer een lichtstraal spontaan mijn gezicht verwarmde.
Alsof een engeltje vanuit de hemel mijn wang kuste.
Mijn ogen vielen dicht en ik ademde liefde in.
Als de zon een meisje was, dan had ik haar verkering gevraagd.
Maar goed ik ben geen egoïst, dus de zon mag iedereen liefde geven.
Toen ik net de bossen was ingelopen, zag ik een leuk klein pad.
Het is bezaaid met dennennaalden, temidden van een berm van groen mos.
Ik besloot spontaan het kleine padje in te lopen.
Naaldbomen, volgens mij was ik daar vroeger allergisch voor.
Net als zo veel dingen waar ik niet tegen kan.
Je leert er mee leven, en ag het valt best mee.
Een mooie boom naast het pad hield mijn concentratie even vast.
Ik vroeg me niet af waarom, maar ik liep er naar toe.
Aangekomen bij de dennenboom, deed ik mijn rechterhandschoen af, legde mijn hand op de schors en keek naar boven.
De krommingen in zijn groei laten zijn levensloop zien.
De andere handschoen deed ik af en ik ging op het zachte mosgrond tegen de boom aan zitten.
Ik keek naar mijn handen. Ze zijn groot en zacht.
Brave studentenhanden, met een beetje eelt van het fitnissen.
Na mijn eerste vriendinnetje begon ik met fitnissen om mijn zelfvertrouwen weer op te krikken.
Best hypocriet eigenlijk, want het geeft een vertekend beeld van mij.
Even vond ik het allemaal gezegend, zo sloot ik mijn ogen en luisterde naar de omgeving.
De wind blies in mijn oor, de vogeltjes floten hun lied.
Bladeren en takken ritselden met de wind mee.
Het vergde wat moeite maar het lukte me om niet te luisteren naar mijn denken.
Even was niets belangrijk. Totdat ik een jong gezin hoorde fietsen.
Ze mochten me hier niet zien, dus ik stond op en liep weer aan.
Ietwat gehaast trok ik mijn warme handschoenen over mijn blote handen aan.
Met mijn stoere stappers liet ik voetsporen achter in het dennennaalden bezaaide zandpad.
Tussen de bomen door zag ik een warme uitnodiging van licht.
Op een open plek in het bos liet ik mijn gezicht kussen.
Aldaar op die open plek besloot ik vaker een wandeling te maken door het bos in Liessel.
Misschien dat er ooit een leuk zonnetje met mij mee wandelt.
Niet zozeer dat ik dan haar verkering zou vragen.
Maar ik zou zo graag Liessel laten zien.
Tussen mijn duim en wijsvinger.
vrijdag 28 maart 2008
Brabandervent
alchohol is voor hem een warme stem
zo luistert hij naar een goudgele rakker
misschien wellicht bijna de grootste fan
dat is de echte doorzakker
hij blijft genieten van de afdronk
een sexy drankje voor een brabandervent
bietje dansen op een spontane muziekvonk
lekker leven van het moment
alles is in harmonie heel stiekem met rode wijn
antwoorden zijn dan rood
sfeer maken, negativiteit zo nietig zo klein
zijn passie voor drank is groot
zo luistert hij naar een goudgele rakker
misschien wellicht bijna de grootste fan
dat is de echte doorzakker
hij blijft genieten van de afdronk
een sexy drankje voor een brabandervent
bietje dansen op een spontane muziekvonk
lekker leven van het moment
alles is in harmonie heel stiekem met rode wijn
antwoorden zijn dan rood
sfeer maken, negativiteit zo nietig zo klein
zijn passie voor drank is groot
vrijdag 21 maart 2008
Kleur Op
Het leven is kleur voor mijn innerlijke kind
Zwartwit kijkers vind ik kleurenblind
Een blauwtje lopen dat blijft naar
Avondrood was mijn verlangen naar haar
Toch zie ik het door een roze bril
Mijn leven getekend zoals ik het zelf wil
Zo is met een geeltje betalen retro
Reis groenbewust met de metro
Ik irriteer me niet groen en geel
Kleuren zijn er nooit te veel
Krijg geen donkerbruin vermoede
Voor gummen en typex ben ik op mijn hoede
Gewapend met een stift door het leven
Een pad met kleurrijke gedachtes in elkaar verweven
Zwartwit kijkers vind ik kleurenblind
Een blauwtje lopen dat blijft naar
Avondrood was mijn verlangen naar haar
Toch zie ik het door een roze bril
Mijn leven getekend zoals ik het zelf wil
Zo is met een geeltje betalen retro
Reis groenbewust met de metro
Ik irriteer me niet groen en geel
Kleuren zijn er nooit te veel
Krijg geen donkerbruin vermoede
Voor gummen en typex ben ik op mijn hoede
Gewapend met een stift door het leven
Een pad met kleurrijke gedachtes in elkaar verweven
Proost
Oh natuurlijk, daarom zijn we hier
Niet voor het wokken, niet voor het bier
Een gedachte, een groepje zielen
Toevallig aan dezelfde opleiding te pielen
Het is die achterliggende gedachte die ik bemin
Communicatie in de meest brede zin
Misschien typeert deze avond onze studententijd
Spontane liefde, vriendschap en gezelligheid
Als je dat even vergeten bent, dan zoekje
de foto's van deze avond
Een mooie herinnering
Een tinteling in het broekje
Dat vind ik nu zo mooi hier
Iedereen doet mee op haar/zijn eigen manier
Met een cola, wijntje of met een glas bier
Iedereen aan deze tafels is de smaakmaker van de klas
Laten we samen proosten op een mooie tijd, hef het glas...
Niet voor het wokken, niet voor het bier
Een gedachte, een groepje zielen
Toevallig aan dezelfde opleiding te pielen
Het is die achterliggende gedachte die ik bemin
Communicatie in de meest brede zin
Misschien typeert deze avond onze studententijd
Spontane liefde, vriendschap en gezelligheid
Als je dat even vergeten bent, dan zoekje
de foto's van deze avond
Een mooie herinnering
Een tinteling in het broekje
Dat vind ik nu zo mooi hier
Iedereen doet mee op haar/zijn eigen manier
Met een cola, wijntje of met een glas bier
Iedereen aan deze tafels is de smaakmaker van de klas
Laten we samen proosten op een mooie tijd, hef het glas...
maandag 10 maart 2008
20 minuten
Wanneer ik al die kleuren voorbij zie razen
denk ik even terug aan bloemetjes plukken
Die waren voor mijn moeder
Na school maakte ze altijd een fruitschaaltje klaar
Wanneer we door de bossen denderen
denk ik even terug aan het ravotten van vroeger
Soldaatje spelen en hutten bouwen
Toen mochten onze kleren vies worden
Wanneer ik met mooi weer naar buiten kijk
denk ik even terug aan die ene zomerdag
De vogeltjes floten toen voor mij
Ik had geen haast, want zo was de liefde
Het is die terugreis van Eindhoven naar Deurne
Wanneer ik in de trein alles voorbij zie razen
beleef ik die momenten van vroeger
Op de heenreis lees ik graag een goed boek
denk ik even terug aan bloemetjes plukken
Die waren voor mijn moeder
Na school maakte ze altijd een fruitschaaltje klaar
Wanneer we door de bossen denderen
denk ik even terug aan het ravotten van vroeger
Soldaatje spelen en hutten bouwen
Toen mochten onze kleren vies worden
Wanneer ik met mooi weer naar buiten kijk
denk ik even terug aan die ene zomerdag
De vogeltjes floten toen voor mij
Ik had geen haast, want zo was de liefde
Het is die terugreis van Eindhoven naar Deurne
Wanneer ik in de trein alles voorbij zie razen
beleef ik die momenten van vroeger
Op de heenreis lees ik graag een goed boek
vrijdag 7 maart 2008
Fantasie
de werkelijkheid is geen waarheid
intelligentie is geen wijsheid
dromen, een centje van een fluit
je wensen komen altijd uit
een wereld zonder grenzen
een speelplaats met volwassen mensen
een film zonder kijkwijzer, de aftiteling onbekend
ieder mens is met dit geluk verwend
laat realiteit je niet pakken, je kunt zo ontsnappen
doe je ogen dicht om in je fantasie te stappen
intelligentie is geen wijsheid
dromen, een centje van een fluit
je wensen komen altijd uit
een wereld zonder grenzen
een speelplaats met volwassen mensen
een film zonder kijkwijzer, de aftiteling onbekend
ieder mens is met dit geluk verwend
laat realiteit je niet pakken, je kunt zo ontsnappen
doe je ogen dicht om in je fantasie te stappen
dinsdag 4 maart 2008
Nest Te Koop
Pa en ma hadden het bijzonder goed geregeld
Ze hadden een warm nestje gebouwd
Zo konden ze aan een fijn gezinnetje beginnen
Pa en ma moesten moesten er hard voor werken
De kids konden overal lekker mussen
Het was een groot huis, met feestgarage
En achter een klein voetbalveldje
In het bos konden ze ravotten
Na een tijdje vloog de oudste zoon uit
Een jaar later de tweede zoon
Ook de derde strekte zijn vleugels
Toen was het tijd voor ma
Het gezin van Hal vliegt uit
De kids zijn veilig opgegroeid
Het huis op Vossenweg 17 staat te koop
voor alle jonge verliefde mussen
Ze hadden een warm nestje gebouwd
Zo konden ze aan een fijn gezinnetje beginnen
Pa en ma moesten moesten er hard voor werken
De kids konden overal lekker mussen
Het was een groot huis, met feestgarage
En achter een klein voetbalveldje
In het bos konden ze ravotten
Na een tijdje vloog de oudste zoon uit
Een jaar later de tweede zoon
Ook de derde strekte zijn vleugels
Toen was het tijd voor ma
Het gezin van Hal vliegt uit
De kids zijn veilig opgegroeid
Het huis op Vossenweg 17 staat te koop
voor alle jonge verliefde mussen
vrijdag 29 februari 2008
Eerlijk
Mooie schoenen, iets te klein
Skinnyjeans, iets te strak
Nieuwe coupe, iets te bizar
Nagels, iets te lang
Hippe tas, iets te hip
Woorden, iets te gemaakt
Coole zonnebril, iets te groot
Armband, iets te bekend
Het valt op, ietsje maar
Eerlijk zijn is niet modebewust
Skinnyjeans, iets te strak
Nieuwe coupe, iets te bizar
Nagels, iets te lang
Hippe tas, iets te hip
Woorden, iets te gemaakt
Coole zonnebril, iets te groot
Armband, iets te bekend
Het valt op, ietsje maar
Eerlijk zijn is niet modebewust
woensdag 27 februari 2008
Junkie
Het is rustig in de stad
Een taxi rijdt voorbij
Lantaarnlichten kleuren de weg
Een stelletje lopen hand in hand
Ik loop naar me kamertje
Een bus rijdt me voorbij
Wat fietslichtjes kleuren de weg
Een zatlap hangt in de bosjes
In de avonden is het rustig in de stad
Een verdwaalde vrachtauto passeert
Huizen kleuren grauw en saai
Een tvlicht schimmert vanachter de gordijnen
Iedereen kijkt tv
De realiteit verdwijnt in stilte
Echte kleuren vallen in het niets
Is er iets op tv?
Een taxi rijdt voorbij
Lantaarnlichten kleuren de weg
Een stelletje lopen hand in hand
Ik loop naar me kamertje
Een bus rijdt me voorbij
Wat fietslichtjes kleuren de weg
Een zatlap hangt in de bosjes
In de avonden is het rustig in de stad
Een verdwaalde vrachtauto passeert
Huizen kleuren grauw en saai
Een tvlicht schimmert vanachter de gordijnen
Iedereen kijkt tv
De realiteit verdwijnt in stilte
Echte kleuren vallen in het niets
Is er iets op tv?
vrijdag 22 februari 2008
donderdag 21 februari 2008
Bankje
Er was eens een bankje
Het was een stevig bankje
Hij kon iedereen dragen
De donkerblauwe kleur was wat kil
Niemand wilde een zit nemen
Ook al was het een lekker zitbankje
Niemand wilde het bankje hebben
Over zijn leuning rolden tranen van stof
Op de rommelmarkt keek hij me droevig aan
Het was zijn oprechte zekerheid die ik zag
Tussen die instabiele rotzooi
Bankje jij verdient geen stof
Ik kocht het bankje en gaf hem twee kussentjes
Een rode en een witte
En het bankje kleurde warm op
Kijk nu dat bankje toch eens stralen
Iedere dag wordt erop gezeten
De kussentjes worden er vaak vanaf gegooid
Het was een stevig bankje
Hij kon iedereen dragen
De donkerblauwe kleur was wat kil
Niemand wilde een zit nemen
Ook al was het een lekker zitbankje
Niemand wilde het bankje hebben
Over zijn leuning rolden tranen van stof
Op de rommelmarkt keek hij me droevig aan
Het was zijn oprechte zekerheid die ik zag
Tussen die instabiele rotzooi
Bankje jij verdient geen stof
Ik kocht het bankje en gaf hem twee kussentjes
Een rode en een witte
En het bankje kleurde warm op
Kijk nu dat bankje toch eens stralen
Iedere dag wordt erop gezeten
De kussentjes worden er vaak vanaf gegooid
woensdag 20 februari 2008
Tekstlied
woorden dansen over het scherm
letters worden door muzieknoten gegrepen
een boodschap zo mooi en universeel
liefde wordt door iedereen begrepen
een pen is mijn instrument
mijn woordrijm een lied
zingen doe ik uit volle borst
zwijgen doe ik liever niet
tussen de zinnen vind je rust
voor saaie tekst een warme berm
herken je dit gevoel
dan staat mijn tekstlied op jouw scherm
letters worden door muzieknoten gegrepen
een boodschap zo mooi en universeel
liefde wordt door iedereen begrepen
een pen is mijn instrument
mijn woordrijm een lied
zingen doe ik uit volle borst
zwijgen doe ik liever niet
tussen de zinnen vind je rust
voor saaie tekst een warme berm
herken je dit gevoel
dan staat mijn tekstlied op jouw scherm
vrijdag 15 februari 2008
Vitamine D
Ogen open, het is dag
Lekker lopen, ja het mag
Het is het zonnetje dat schijnt
Het is negativiteit dat verdwijnt
De vlinders fladderen vrij
Rond en rond, ze omringen mij
Vogeltjes fluiten in de morgen
Ik luister en daar gaan mijn zorgen
Bloemetjes kleuren helemaal top
Ik zie en ruik alles op
Even is alles in harmonie
Nadenken, nee liever nie
Deze dagen adem ik in
Het is de lente die ik bemin
Lekker lopen, ja het mag
Het is het zonnetje dat schijnt
Het is negativiteit dat verdwijnt
De vlinders fladderen vrij
Rond en rond, ze omringen mij
Vogeltjes fluiten in de morgen
Ik luister en daar gaan mijn zorgen
Bloemetjes kleuren helemaal top
Ik zie en ruik alles op
Even is alles in harmonie
Nadenken, nee liever nie
Deze dagen adem ik in
Het is de lente die ik bemin
donderdag 14 februari 2008
Ochtendritueel
Lekker dat gekrioel door me haar
Ik weet het, je bent nog lang niet klaar
Jouw warmte voel ik over mijn lijf
Denk dat ik nog maar even blijf
Iedere morgen word ik met jou wakker
Ook al is het zo vroeg voor deze stakker
Geen woorden heb je nodig
Communicatie is overbodig
Iedere dag maak je me blij
Wanneer je weer straalt boven mij
De bus die moet ik echter halen
Maar morgen gaan we het lekker herhalen
De kraan gaat nu dicht, ik moet gaan
Morgenochtend zet ik de douche weer aan
Ik weet het, je bent nog lang niet klaar
Jouw warmte voel ik over mijn lijf
Denk dat ik nog maar even blijf
Iedere morgen word ik met jou wakker
Ook al is het zo vroeg voor deze stakker
Geen woorden heb je nodig
Communicatie is overbodig
Iedere dag maak je me blij
Wanneer je weer straalt boven mij
De bus die moet ik echter halen
Maar morgen gaan we het lekker herhalen
De kraan gaat nu dicht, ik moet gaan
Morgenochtend zet ik de douche weer aan
woensdag 13 februari 2008
Valentijn
Het antwoord op liefde kijkt de man aan
In de winkel had hij nog niet gezocht
Maar toch zo maar heel impulsief en spontaan
heeft hij een valentijnskaart gekocht
Het idee van verliefd te zijn
daar krijgt de man het warm van
Lepeltje lepeltje lijkt hem fijn
Hulpeloos romantisch is de man
Cupido kiest zijn pijlen en schiet nooit mis
Bedenkelijk houdt hij zijn pijlen achter
Liefde is voor iemand die tevreden is
De pijlen zijn bedoeld voor de wachter
Opeens had de man een antwoord gevonden
In zijn telefoon of boek, adressen heeft hij genoeg
Maar de kaart werd zonder adres verzonden
Als je nog moet zoeken naar liefde is het te vroeg
In de winkel had hij nog niet gezocht
Maar toch zo maar heel impulsief en spontaan
heeft hij een valentijnskaart gekocht
Het idee van verliefd te zijn
daar krijgt de man het warm van
Lepeltje lepeltje lijkt hem fijn
Hulpeloos romantisch is de man
Cupido kiest zijn pijlen en schiet nooit mis
Bedenkelijk houdt hij zijn pijlen achter
Liefde is voor iemand die tevreden is
De pijlen zijn bedoeld voor de wachter
Opeens had de man een antwoord gevonden
In zijn telefoon of boek, adressen heeft hij genoeg
Maar de kaart werd zonder adres verzonden
Als je nog moet zoeken naar liefde is het te vroeg
maandag 11 februari 2008
Rare Vogel
Vrij als een vogel
De hemel diep
De horizon zo breed
De realiteit ontvlucht ik
Mijn vleugels gespreid
Grenzen ken ik niet
Iets baart me zorgen
Aan de tijd kan ik niet ontkomen
Wat echt is, moet ik missen
Vliegen is een zegen
Maar het is ook een vloek
Een echt pad bewandelen zal toch moeten
Echte ervaringen sieren mijn leven
Mijn vogelvluchten kennen geen grenzen
Maar mijn levensloop laat zien wie ik ben
De hemel diep
De horizon zo breed
De realiteit ontvlucht ik
Mijn vleugels gespreid
Grenzen ken ik niet
Iets baart me zorgen
Aan de tijd kan ik niet ontkomen
Wat echt is, moet ik missen
Vliegen is een zegen
Maar het is ook een vloek
Een echt pad bewandelen zal toch moeten
Echte ervaringen sieren mijn leven
Mijn vogelvluchten kennen geen grenzen
Maar mijn levensloop laat zien wie ik ben
Mijn Ster Voor Even
Een ster fonkelt in de donkere hemel
Het licht brandt alsof het nooit zal doven
Op de achtergrond rommelt een trein de stilte in
Ik lig in bed en kijk naar buiten
Vanuit mijn slaapkamer zie ik een ster
Het is licht wat er altijd zal zijn
Het is geluid dat wegebt in stilte
Dit alles in oneindige ruimte en tijd
Een fonkeling, onmenselijk hier ver vandaan
Ik aanschauw en ik krijg rust
Luister en hoor stilte
Even voel ik me met alles verbonden
Een ster laat mij even ophouden met denken
Even zie ik het helder
Even geef ik gehoor aan alles wat is
Waarom lig je niet naast me
Het licht brandt alsof het nooit zal doven
Op de achtergrond rommelt een trein de stilte in
Ik lig in bed en kijk naar buiten
Vanuit mijn slaapkamer zie ik een ster
Het is licht wat er altijd zal zijn
Het is geluid dat wegebt in stilte
Dit alles in oneindige ruimte en tijd
Een fonkeling, onmenselijk hier ver vandaan
Ik aanschauw en ik krijg rust
Luister en hoor stilte
Even voel ik me met alles verbonden
Een ster laat mij even ophouden met denken
Even zie ik het helder
Even geef ik gehoor aan alles wat is
Waarom lig je niet naast me
zondag 3 februari 2008
Tijdloze Wandeling
Niet zo vaak per jaar is daar de kans
Krijg ik de kans om die schoonheid te delen
Die zoete laag poedersuiker over mijn wereld
Voor even is de tijd ondergesneeuwd
Een rustgevende schoonheid
Poedersuiker, zoete voldoening
Graag neem ik je mee in mijn wereld
Met een tijdloze wandeling
Voetstappen laten de sneeuw kraken
Nooit tegen iemand verteld
Hoe mooi is deze wereld waarin jij even mee loopt
Het gekraak van sneeuw, dit gebeurt echt
Dit moment zal ik nooit gaan vergeten
En dan ga ik je dit echt vertellen
Als het ooit weer gaat sneeuwen
Krijg ik de kans om die schoonheid te delen
Die zoete laag poedersuiker over mijn wereld
Voor even is de tijd ondergesneeuwd
Een rustgevende schoonheid
Poedersuiker, zoete voldoening
Graag neem ik je mee in mijn wereld
Met een tijdloze wandeling
Voetstappen laten de sneeuw kraken
Nooit tegen iemand verteld
Hoe mooi is deze wereld waarin jij even mee loopt
Het gekraak van sneeuw, dit gebeurt echt
Dit moment zal ik nooit gaan vergeten
En dan ga ik je dit echt vertellen
Als het ooit weer gaat sneeuwen
vrijdag 1 februari 2008
Veilig
Een man was behoorlijk gesteld op veiligheid
Op alles was hij voorbereidt
Zijn veiligheid stond op nummer een
Bang was hij voor alles en iedereen
Ongelukken zaten in kleine hoekjes
Dus hij vermeed kleine hoekjes
Een griepje lag op de loer
Maar hij was op de vitaminetoer
Zelfs een onverwachts bezoek was gepland
De proviant in zijn voorraadkast was ongekend
Zowaar een botte opmerking moest hem raken
Scherpe antwoorden kon hij zo maken
Tot op een goede dag
Iets wat hij over het hoofd zag
Zijn hart was opeens in ademnood
Hij snakte naar lucht, zijn hoofd werd rood
Verslagenheid en vreugde maakte hem gek
Bij het aanzicht van haar mooie bek
Hey wat doe jij hier, dat kon hij nog net zeggen
Het antwoord was liefde, dan kon zij weerleggen
Opeens was de man niet meer bang
Zijn nieuwe veiligheid was een kus op zijn wang
Op alles was hij voorbereidt
Zijn veiligheid stond op nummer een
Bang was hij voor alles en iedereen
Ongelukken zaten in kleine hoekjes
Dus hij vermeed kleine hoekjes
Een griepje lag op de loer
Maar hij was op de vitaminetoer
Zelfs een onverwachts bezoek was gepland
De proviant in zijn voorraadkast was ongekend
Zowaar een botte opmerking moest hem raken
Scherpe antwoorden kon hij zo maken
Tot op een goede dag
Iets wat hij over het hoofd zag
Zijn hart was opeens in ademnood
Hij snakte naar lucht, zijn hoofd werd rood
Verslagenheid en vreugde maakte hem gek
Bij het aanzicht van haar mooie bek
Hey wat doe jij hier, dat kon hij nog net zeggen
Het antwoord was liefde, dan kon zij weerleggen
Opeens was de man niet meer bang
Zijn nieuwe veiligheid was een kus op zijn wang
maandag 28 januari 2008
Stop
Het rode lampje brandt
Wil ik hier uitstappen?
Het is zo lekker warm in de bus
Het rode lampje brandt
Moet ik hier zijn?
Ik zal een keer uit moeten stappen
Het rode lampje brandt niet meer
Heerlijk, ik kan blijven zitten
Halte realiteit komt zo wel
Ik kan altijd nog op het knopje drukken
Dat knopje heb ik echter nog niet gevonden
Opeens begint er een lampje te branden
Wil ik hier uitstappen?
Het is zo lekker warm in de bus
Het rode lampje brandt
Moet ik hier zijn?
Ik zal een keer uit moeten stappen
Het rode lampje brandt niet meer
Heerlijk, ik kan blijven zitten
Halte realiteit komt zo wel
Ik kan altijd nog op het knopje drukken
Dat knopje heb ik echter nog niet gevonden
Opeens begint er een lampje te branden
Abonneren op:
Posts (Atom)