Op mijn vragen die ik stel
geef jij antwoord.
En ik voel me lekker in me vel.
Ik luister wanneer je streelt
naar de eenvoud.
Jouw warmte heeft me nooit verveeld.
Eventjes, maar dan heel lang is wat ik wil.
Genieten van voldoening.
Onder de douche sta ik even stil.
zondag 24 mei 2009
dinsdag 12 mei 2009
in Alaska zijn Schapen op hun best
Er was eens een schaapje dat niet wilde luisteren. Zo stond ze tegen het hek met haar pootjes over elkaar in stil protest. Het schaapje weigerde te luisteren naar het commanderende geblaf van de herdershond. Ze vertikte het om mee te gaan met de rest van de kudde. Er moest meer zijn dan het leven in een kudde, er moest meer zijn dan dag-in-dag-uit grazen in dat saaie groen.
Dag in dag uit moest de herdershond dat ene eigenwijze schaapje overtuigen dat ze maar beter kon luisteren, want anders... Want anders zou hij nog harder blaffen dan dat hij al deed. Iedere navolgende dag kreeg de herderhond steeds minder zin in zijn baan als herdershond.
Nu was het zo dat het baasje ook al slecht luisterde naar de herdershond. De laffe herder geloofde de hond niet op zijn woord dat schapen ook wel eens heel koppig konden zijn. Toch deed de herdershond trouw zijn plicht. Hoe ondankbaar zijn baasje ook was.
Het schaapje onderwijl bleef zichzelf pijnigen met de gedachte meer uit het leven te kunnen halen. Tot op een dag dat ze weer de hemel intuurde, op zoek naar antwoorden. Ze ontdekte een wolkje in de lucht dat verdacht op iemand leek. Ze zag in die bewuste wolk haar evenbeeld. Ja, daar wilde het schaapje zijn, net als die wolk, vrij en blij. Het schaapje twijfelde geen seconde, ze nam een kleine aanloop en met een sierlijke duik dook ze over het hek van de dam haar nieuwe bestaan tegemoet.
Dit voorval werd niet onopgemerkt door de kudde van het schaapje. Het eigenwijze schaapje ineens een inspiratiebron voor de gehele kudde. En zo schaap voor schaap maakte de kudde vaart en sprong de hemel tegemoet.
De herdershond keek toe hoe dit tafereel zich ontvouwde. Emoties maakte hem meester. Eerst onbegrip en verbazing, maar al snel werd het opluchting en euforie. Rennen deed de hond, ronde na ronde. Blaffen deed de hond, zijn longen uit zijn lijf. En kwispelen dat hij deed. Alsof h beest zijn staart opnieuw had gevonden.
Nu de herdershond geen baan meer had, besloot ook hij buiten de kaders van de wei te treden. De viervoeter graafde een gat onder het hek door en kroop naar buiten. Vervolgens rende hij met tong uit zijn smoel, naar het dichtsbijzijnde herdersdorp. Aldaar vond hij zijn nieuwe bestaan als zwervershond. Zo blafte hij wanneer- en naar wie hij wilde. Ook al luisterde geen mens, hij had overal schijt aan en nam iedereen in de zeik.
De herder is een shoarmatent begonnen in Alaska. Want daar is geen hond die hem lastig valt. Bovendien zijn schapen in Alaska op hun best: op een pitabroodje met knoflooksaus.
Dag in dag uit moest de herdershond dat ene eigenwijze schaapje overtuigen dat ze maar beter kon luisteren, want anders... Want anders zou hij nog harder blaffen dan dat hij al deed. Iedere navolgende dag kreeg de herderhond steeds minder zin in zijn baan als herdershond.
Nu was het zo dat het baasje ook al slecht luisterde naar de herdershond. De laffe herder geloofde de hond niet op zijn woord dat schapen ook wel eens heel koppig konden zijn. Toch deed de herdershond trouw zijn plicht. Hoe ondankbaar zijn baasje ook was.
Het schaapje onderwijl bleef zichzelf pijnigen met de gedachte meer uit het leven te kunnen halen. Tot op een dag dat ze weer de hemel intuurde, op zoek naar antwoorden. Ze ontdekte een wolkje in de lucht dat verdacht op iemand leek. Ze zag in die bewuste wolk haar evenbeeld. Ja, daar wilde het schaapje zijn, net als die wolk, vrij en blij. Het schaapje twijfelde geen seconde, ze nam een kleine aanloop en met een sierlijke duik dook ze over het hek van de dam haar nieuwe bestaan tegemoet.
Dit voorval werd niet onopgemerkt door de kudde van het schaapje. Het eigenwijze schaapje ineens een inspiratiebron voor de gehele kudde. En zo schaap voor schaap maakte de kudde vaart en sprong de hemel tegemoet.
De herdershond keek toe hoe dit tafereel zich ontvouwde. Emoties maakte hem meester. Eerst onbegrip en verbazing, maar al snel werd het opluchting en euforie. Rennen deed de hond, ronde na ronde. Blaffen deed de hond, zijn longen uit zijn lijf. En kwispelen dat hij deed. Alsof h beest zijn staart opnieuw had gevonden.
Nu de herdershond geen baan meer had, besloot ook hij buiten de kaders van de wei te treden. De viervoeter graafde een gat onder het hek door en kroop naar buiten. Vervolgens rende hij met tong uit zijn smoel, naar het dichtsbijzijnde herdersdorp. Aldaar vond hij zijn nieuwe bestaan als zwervershond. Zo blafte hij wanneer- en naar wie hij wilde. Ook al luisterde geen mens, hij had overal schijt aan en nam iedereen in de zeik.
De herder is een shoarmatent begonnen in Alaska. Want daar is geen hond die hem lastig valt. Bovendien zijn schapen in Alaska op hun best: op een pitabroodje met knoflooksaus.
woensdag 22 april 2009
Penvriendin
Ik ken haar nu zo'n acht jaar.
Via msn en Partyflock.
Ze was lief en dat schreef ik ook:
"Een vrolijk huppelend meisje door een bloemenweide."
Vanaf het begin had het iets romantisch.
Ik deed mijn computer aan en ik rook haar parfum.
Vlinders vond ik in mijn inbox.
Online kusten onze woordjes.
Zo spraken we af zonder elkaar te zien.
Geen overbodig sms verkeer.
Geen zwoele telefoongesprekken.
En ook geen geile webcamsex.
Zij begreep mij.
En ik begreep haar terug.
Ze was niet zomaar een meisje.
En ik was niet zomaar een jongen.
Nu schrijven we elkaar nog maar een paar keer in het jaar.
Lang niet zo vaak als in het begin.
Maar nog steeds zet zij de lichtpuntjes op de i.
Omdat ze zo leuk "hahaha" schrijft.
Via msn en Partyflock.
Ze was lief en dat schreef ik ook:
"Een vrolijk huppelend meisje door een bloemenweide."
Vanaf het begin had het iets romantisch.
Ik deed mijn computer aan en ik rook haar parfum.
Vlinders vond ik in mijn inbox.
Online kusten onze woordjes.
Zo spraken we af zonder elkaar te zien.
Geen overbodig sms verkeer.
Geen zwoele telefoongesprekken.
En ook geen geile webcamsex.
Zij begreep mij.
En ik begreep haar terug.
Ze was niet zomaar een meisje.
En ik was niet zomaar een jongen.
Nu schrijven we elkaar nog maar een paar keer in het jaar.
Lang niet zo vaak als in het begin.
Maar nog steeds zet zij de lichtpuntjes op de i.
Omdat ze zo leuk "hahaha" schrijft.
dinsdag 31 maart 2009
Sokken maken de Man
Vorige week maandag keek ik in mijn sokkenla.
Ik vond een zwarte sok.
Het was een eenzame sok zonder metgezel.
Op zoek naar de ontbrekende sok in kwestie
rommelde ik door de sokkenla.
Ik vond echter een blauwe sok.
Op de blauwe sok stond 'maandag', op de zwarte 'zaterdag'.
Veel van mijn sokken hebben een motiefje, echt handig.
'Homer Simpson' en 'Chin Chan' zijn populair in mijn sokkenla.
Maar eens in de zoveel tijd vind ik een mix van sokken.
En zo vond ik maandag een apart paar. Maar deze keer was het anders.
Toen ik stil stond bij de wonderlijke vondst, stelde ik mezelf de vraag:
Wat voor mix zou de dag krijgen
als ik de 'maandag-sok' als een 'zaterdag-sok' zou aantrekken?
Prioriteiten vind ik doorgaans niet in mijn sokkenla.
Ik bedoel, als ik er sokken zoek zijn, dan koop ik gewoon nieuwe.
Maar totdat ik nieuwe sokken heb gekocht
haal ik graag sokken door elkaar;
Maandag op stap. En zaterdag ook, maar dan met Homer Simpson.
Impulsief, gewoon omdat het kan.
En anders loop je zo voor lul op witte sokken.
Ik vond een zwarte sok.
Het was een eenzame sok zonder metgezel.
Op zoek naar de ontbrekende sok in kwestie
rommelde ik door de sokkenla.
Ik vond echter een blauwe sok.
Op de blauwe sok stond 'maandag', op de zwarte 'zaterdag'.
Veel van mijn sokken hebben een motiefje, echt handig.
'Homer Simpson' en 'Chin Chan' zijn populair in mijn sokkenla.
Maar eens in de zoveel tijd vind ik een mix van sokken.
En zo vond ik maandag een apart paar. Maar deze keer was het anders.
Toen ik stil stond bij de wonderlijke vondst, stelde ik mezelf de vraag:
Wat voor mix zou de dag krijgen
als ik de 'maandag-sok' als een 'zaterdag-sok' zou aantrekken?
Prioriteiten vind ik doorgaans niet in mijn sokkenla.
Ik bedoel, als ik er sokken zoek zijn, dan koop ik gewoon nieuwe.
Maar totdat ik nieuwe sokken heb gekocht
haal ik graag sokken door elkaar;
Maandag op stap. En zaterdag ook, maar dan met Homer Simpson.
Impulsief, gewoon omdat het kan.
En anders loop je zo voor lul op witte sokken.
dinsdag 17 maart 2009
'hoe het zit'
We zien elkaar weinig.
Toch weten we van elkaar
'hoe het zit'.
Goede gesprekken, het kan altijd.
Vriendschap is geen verplichting.
Gezelligheid is de tendens.
Contact is geen contract.
Echte vriendschap is onvoorwaardelijk.
Toch moeten we snel maar wat afspreken.
Toch weten we van elkaar
'hoe het zit'.
Goede gesprekken, het kan altijd.
Vriendschap is geen verplichting.
Gezelligheid is de tendens.
Contact is geen contract.
Echte vriendschap is onvoorwaardelijk.
Toch moeten we snel maar wat afspreken.
woensdag 1 oktober 2008
Je hebt Lijm en je hebt Pritt
De scholen gaan weer beginnen, dus dat wordt weer een dure maand. Nieuwe boekentas, pennen, gummen, passer, schoolagenda, etc. Als zorgzame ouder ga je het lijstje af en je ziet het winkelwagentje steeds voller worden. Je wil je kind goed voorbereid naar school laten gaan, dus zo’n eenmalige uitgave is het zeker waard.
Tijdens het winkelen zie je dat je kind enthousiast het winkelkarretje vol gooit. Aan haar enthousiasme merk je dat ze zelfs een beetje zenuwachtig is, misschien is het gezonde spanning. Je hoeft het niet te vragen, want ze zal nooit toegeven dat ze zenuwachtig is. Ouders snappen toch niet wat er in hun omgaat. Nee het meisje heeft andere dingen aan haar hoofd. Vragen angstvallig onbeantwoord zoals: word ik geaccepteerd door de klas, zal ik een leuke jongen tegenkomen? En zouden mijn puistjes voor die tijd weg zijn? Best wel spannend dus voor de kleine meid.
Na de eerste schooldag komt je dochtertje huilend thuis. Dat had je niet verwacht, een kind hoort niet huilend thuis te komen. Je vraagt je als ouder af, wat voor iets vreselijks er op school is gebeurd. Wat blijkt nu, er is een tube lijm gaan lekken. Een passer in haar etui heeft de lijmtube geprikt en zo is haar boekentas en de inhoud geruïneerd. Dat gaat weer een hoop duiten kosten. Kosten die je niet had verwacht.
Lijm stond op het lijstje, ook al wist je niet precies waarom. Je staat vaak niet stil bij het ongemak van lijm op school. Stel je voor dat je kind haar vingertjes aan elkaar heeft gelijmd, omdat die jongen even keek. Je weet nooit wat er in hun hoofdjes omgaat. Het ergste van het verhaal is dat je dochtertje voor paal liep op haar eerste schooldag en dat er een hele leuke jongen haar uit lachte. Het kleine meisje kon wel door de grond zakken.
Je probeert als moeder/vader zijnde je kind te helpen een mooie schoolperiode tegemoet te gaan en daarvoor tast je flink in de buidel. De verwachting is een eenmalige uitgave. Nu moet je weer naar de winkel voor een nieuwe schoolspullen voor je kind. Maar het allerergste is je huilende kindje op haar eerste schooldag. Nu maar hopen dat een knuffel en een nieuwe belofte dat alles gaat komen, haar traantjes mogen vergeten.
Lijm is vaak knoeien met de gevolgen van dien. Het beeld van je dochtertje in tranen na haar eerste schooldag staat nog steeds op je netvlies gebrand. Er is een manier om dit te voorkomen, door te plakken met de Pritt plakstift. Het is plakken in een handomdraai en zonder te knoeien. En dat is nou net het verschil tussen lijm en Pritt.
Tijdens het winkelen zie je dat je kind enthousiast het winkelkarretje vol gooit. Aan haar enthousiasme merk je dat ze zelfs een beetje zenuwachtig is, misschien is het gezonde spanning. Je hoeft het niet te vragen, want ze zal nooit toegeven dat ze zenuwachtig is. Ouders snappen toch niet wat er in hun omgaat. Nee het meisje heeft andere dingen aan haar hoofd. Vragen angstvallig onbeantwoord zoals: word ik geaccepteerd door de klas, zal ik een leuke jongen tegenkomen? En zouden mijn puistjes voor die tijd weg zijn? Best wel spannend dus voor de kleine meid.
Na de eerste schooldag komt je dochtertje huilend thuis. Dat had je niet verwacht, een kind hoort niet huilend thuis te komen. Je vraagt je als ouder af, wat voor iets vreselijks er op school is gebeurd. Wat blijkt nu, er is een tube lijm gaan lekken. Een passer in haar etui heeft de lijmtube geprikt en zo is haar boekentas en de inhoud geruïneerd. Dat gaat weer een hoop duiten kosten. Kosten die je niet had verwacht.
Lijm stond op het lijstje, ook al wist je niet precies waarom. Je staat vaak niet stil bij het ongemak van lijm op school. Stel je voor dat je kind haar vingertjes aan elkaar heeft gelijmd, omdat die jongen even keek. Je weet nooit wat er in hun hoofdjes omgaat. Het ergste van het verhaal is dat je dochtertje voor paal liep op haar eerste schooldag en dat er een hele leuke jongen haar uit lachte. Het kleine meisje kon wel door de grond zakken.
Je probeert als moeder/vader zijnde je kind te helpen een mooie schoolperiode tegemoet te gaan en daarvoor tast je flink in de buidel. De verwachting is een eenmalige uitgave. Nu moet je weer naar de winkel voor een nieuwe schoolspullen voor je kind. Maar het allerergste is je huilende kindje op haar eerste schooldag. Nu maar hopen dat een knuffel en een nieuwe belofte dat alles gaat komen, haar traantjes mogen vergeten.
Lijm is vaak knoeien met de gevolgen van dien. Het beeld van je dochtertje in tranen na haar eerste schooldag staat nog steeds op je netvlies gebrand. Er is een manier om dit te voorkomen, door te plakken met de Pritt plakstift. Het is plakken in een handomdraai en zonder te knoeien. En dat is nou net het verschil tussen lijm en Pritt.
dinsdag 9 september 2008
Mijn Duim
Het moet meer dan tien jaar geleden zijn dat ik hier lag. Ik draai mijn hoofd naar rechts en kijk naar buiten. Er staat een rode auto met sportvelgen geparkeerd. De laatste keer dat ik hier lig was ik hier naartoe gereisd met de scooter. Daarvoor was ik hier met de fiets gekomen. Nu kijk ik uit het raam naar mijn rode auto die ik heel behendig op de parkeerplaats heb gestald. De parkeerplaats was nieuw, maar die lamp in het plafond en de meest comfortabele stoel waar ik nu in gestrekt lag kwamen me bijzonder bekend voor. Ja, het moge duidelijk zijn, dat ik in deze stoel vaker heb gelegen. In deze bruine leren stoel waar ik nu lig gezeteld als laatste stoel in een rij ligstoelen.
Het was in die eerste stoel helemaal vooraan, dat ik besefte er iets mis was met mij. Wanneer ik in de spiegel keek, dan zag ik alleen mijn voortanden. Het zag er niet uit. Op de tv en in de bladen zag alleen maar dat stralende perfecte gebit. 'Een gezond gebit weerspiegelt je gezondheid.' Of was dat je huid? In ieder geval, een goeie smoel is gewoon belangrijk, laten we dat vooropstellen.
Wat ik jaren geleden achter had, gesteld was mijn gebit. Ik kreeg het niet gecompenseerd om het duimen te laten. Ik vond het heerlijk weg te dromen op mijn, want in de realiteit moest alles perfect zijn. Nee die perfectie viel maar tegen, dus ik prefereerde mijn dromentoevlucht door het zuigen op mijn vertrouwde linkerduim.
Nee, het mocht niet meer, het duimen. Stel je voor in de brugklas, even niet opgelet en je had zo die duim in je smoel. Want zo go ging dat, als je eventjes wegdroomde, dan zat ik heel debiel op mijn duim te sabbelen. Tenminste zo ervaarde ik mijn duim. Het kostte me veel moeite om niet te duimen, maar het moest van me zelf. Want ik wilde graag een leuk meisje verkering vragen, en daarnaast moest ik aan mijn imago werken als prettige gestoorde dude. Dus met een duim in je mond voldeed je niet aan het ideaalplaatje. De harde realiteit verbood het me. De tijd was daar om volwassen te worden.
Het was intensief werken om te voldoen aan het ideaalplaatje. Ik kon mijn bek niet houden, want ik moest vermijden dat ik bij een vlaagje onbewustzijn niet in dromenland geraakte. Met die grote bek zat ik al snel vooraan in de klas. De leraren konden mijn instelling niet uitstaan. Waarschijnlijk zagen ze mij toch liever duimen. En dat begrijp ik achteraf wel, ik hield alleen mijn mond wanneer er mijn duim in zat. Helaas voor de leraren was ik een alert mannetje.
Wat heb ik genoten van mijn duim, heerlijk even weg uit de realiteit en op avontuur in dromenland. Stiekem in mijn bed heb ik nog jarenlang weg gedroomd op mijn duim. Dag en nacht droomde ik weg, naar een wereld waar alles mogelijk was. Sabbelend op mijn duim was ik een nobele ridder voor die schone jonkvrouw in nood. Naast het draken verslaan verdiende ik geld door op mijn woordgitaar te tokkelen. En op het plein maakte ik iedereen aan het lachen met mijn grappenzwaard. Maar toen in die eerste stoel mocht er niet gegrapt worden. Duimen was een in die eerste stoel een serieuze zaak geworden.
Inmiddels ben ik alweer vijfentwintig. En ik lig op de laatste stoel. Ik lig aldaar, omdat het ijzeren draadje achter mijn onderste rij tanden al een tijdje weg. Het is dat ijzerdraadje wat nog achter je tanden blijft zitten nadat je een beugel hebt gehad. Door het missen van dat draadje zijn mijn snijtanden een beetje scheef gaan staan. Ze gaan steeds schever staan en zo vraag ik de orthodontist wat de opties zijn om er iets aan te doen. Hij kijkt me vriendelijk aan en verteld me dat het meevalt: 'Eventueel een nieuw ijzerdraadje achter mijn vijf snijtanden.' Ja ik heb vijf snijtanden. Een snijtand te veel. 'Een geval apart,' zei de sympathieke beugelboer.
Ik gooi mijn benen van de stoel en sta op. De orthodontist deinst wat naar achter en kijk me vragend aan. Voordat hij vraagt wat nu eigenlijk de bedoeling is, vertel ik hem dat hij weer een beugel mag zetten. Hij mag een beugel zetten, maar nadat ik klaar ben met mijn stage. Dan heb ik het geld om dat beugeltje te kopen. Met een handschudden bedank ik de beste man voor zijn tijd, daarna bedank ik het vrouwtje bij de balie, open de deur en loop naar buiten, richting de parkeerplaats.
Wanneer ik de parkeerplaats oploop, zie ik achter een rechthoekig raam een bruine leren stoel waar ik zojuist op had gelegen. Het lijkt alsof die bruine stoel wacht op mijn terugkomst. Ik kom vast nog ooit terug naar die stoel, maar eerst is mijn autostoel aan de beurt. Ik open de autodeur en stap in. De sleutel stop ik in het contact en draai hem naar rechts. Door het dot gas geven, gromt het pijltje van de toerenteller richting de vijf. In de achteruitkijkspiegel zie ik een extra snijtand, die wat scheefachtig staat.
Voordat ik wegrijd, voel ik me verplicht om nog iets te doen. En zo stop ik mijn linkerduim in mijn mond. Wat heb ik die duim gemist zeg. Alleen smaakt hij niet meer meer zo vertrouwd als vroeger. Toch is mijn duim het beste wat me ooit is overkomen. En heel stiekem in mijn dromen, red ik nog steeds mooie jonkvrouwen in nood, met of zonder beugel.
Het was in die eerste stoel helemaal vooraan, dat ik besefte er iets mis was met mij. Wanneer ik in de spiegel keek, dan zag ik alleen mijn voortanden. Het zag er niet uit. Op de tv en in de bladen zag alleen maar dat stralende perfecte gebit. 'Een gezond gebit weerspiegelt je gezondheid.' Of was dat je huid? In ieder geval, een goeie smoel is gewoon belangrijk, laten we dat vooropstellen.
Wat ik jaren geleden achter had, gesteld was mijn gebit. Ik kreeg het niet gecompenseerd om het duimen te laten. Ik vond het heerlijk weg te dromen op mijn, want in de realiteit moest alles perfect zijn. Nee die perfectie viel maar tegen, dus ik prefereerde mijn dromentoevlucht door het zuigen op mijn vertrouwde linkerduim.
Nee, het mocht niet meer, het duimen. Stel je voor in de brugklas, even niet opgelet en je had zo die duim in je smoel. Want zo go ging dat, als je eventjes wegdroomde, dan zat ik heel debiel op mijn duim te sabbelen. Tenminste zo ervaarde ik mijn duim. Het kostte me veel moeite om niet te duimen, maar het moest van me zelf. Want ik wilde graag een leuk meisje verkering vragen, en daarnaast moest ik aan mijn imago werken als prettige gestoorde dude. Dus met een duim in je mond voldeed je niet aan het ideaalplaatje. De harde realiteit verbood het me. De tijd was daar om volwassen te worden.
Het was intensief werken om te voldoen aan het ideaalplaatje. Ik kon mijn bek niet houden, want ik moest vermijden dat ik bij een vlaagje onbewustzijn niet in dromenland geraakte. Met die grote bek zat ik al snel vooraan in de klas. De leraren konden mijn instelling niet uitstaan. Waarschijnlijk zagen ze mij toch liever duimen. En dat begrijp ik achteraf wel, ik hield alleen mijn mond wanneer er mijn duim in zat. Helaas voor de leraren was ik een alert mannetje.
Wat heb ik genoten van mijn duim, heerlijk even weg uit de realiteit en op avontuur in dromenland. Stiekem in mijn bed heb ik nog jarenlang weg gedroomd op mijn duim. Dag en nacht droomde ik weg, naar een wereld waar alles mogelijk was. Sabbelend op mijn duim was ik een nobele ridder voor die schone jonkvrouw in nood. Naast het draken verslaan verdiende ik geld door op mijn woordgitaar te tokkelen. En op het plein maakte ik iedereen aan het lachen met mijn grappenzwaard. Maar toen in die eerste stoel mocht er niet gegrapt worden. Duimen was een in die eerste stoel een serieuze zaak geworden.
Inmiddels ben ik alweer vijfentwintig. En ik lig op de laatste stoel. Ik lig aldaar, omdat het ijzeren draadje achter mijn onderste rij tanden al een tijdje weg. Het is dat ijzerdraadje wat nog achter je tanden blijft zitten nadat je een beugel hebt gehad. Door het missen van dat draadje zijn mijn snijtanden een beetje scheef gaan staan. Ze gaan steeds schever staan en zo vraag ik de orthodontist wat de opties zijn om er iets aan te doen. Hij kijkt me vriendelijk aan en verteld me dat het meevalt: 'Eventueel een nieuw ijzerdraadje achter mijn vijf snijtanden.' Ja ik heb vijf snijtanden. Een snijtand te veel. 'Een geval apart,' zei de sympathieke beugelboer.
Ik gooi mijn benen van de stoel en sta op. De orthodontist deinst wat naar achter en kijk me vragend aan. Voordat hij vraagt wat nu eigenlijk de bedoeling is, vertel ik hem dat hij weer een beugel mag zetten. Hij mag een beugel zetten, maar nadat ik klaar ben met mijn stage. Dan heb ik het geld om dat beugeltje te kopen. Met een handschudden bedank ik de beste man voor zijn tijd, daarna bedank ik het vrouwtje bij de balie, open de deur en loop naar buiten, richting de parkeerplaats.
Wanneer ik de parkeerplaats oploop, zie ik achter een rechthoekig raam een bruine leren stoel waar ik zojuist op had gelegen. Het lijkt alsof die bruine stoel wacht op mijn terugkomst. Ik kom vast nog ooit terug naar die stoel, maar eerst is mijn autostoel aan de beurt. Ik open de autodeur en stap in. De sleutel stop ik in het contact en draai hem naar rechts. Door het dot gas geven, gromt het pijltje van de toerenteller richting de vijf. In de achteruitkijkspiegel zie ik een extra snijtand, die wat scheefachtig staat.
Voordat ik wegrijd, voel ik me verplicht om nog iets te doen. En zo stop ik mijn linkerduim in mijn mond. Wat heb ik die duim gemist zeg. Alleen smaakt hij niet meer meer zo vertrouwd als vroeger. Toch is mijn duim het beste wat me ooit is overkomen. En heel stiekem in mijn dromen, red ik nog steeds mooie jonkvrouwen in nood, met of zonder beugel.
Abonneren op:
Berichten (Atom)